Zuiveren
- ouweleem

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 dagen geleden

1 juni. Mijn verjaardag. Tevens de dag voor de jaarlijkse zuivering van het graf van Heerlens oud-burgemeester Marcel van Grunsven. Het is alweer de vierde keer dat dit gemeentelijk monument wordt gezuiverd van de smetten die er in de loop van het afgelopen jaar op zijn gekomen.
Met deze letterlijke zuivering vraag ik opnieuw de aandacht van het Heerlense college en de gemeenteraad van onze stad een einde te maken aan de twijfels omtrent de figuurlijke zuivering van Marcel van Grunsven, dat wil zeggen het onderzoek naar zijn vaderlandse houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Te meer omdat de raad die twijfels heeft aangewakkerd, zo niet bevestigd in haar vergadering van oktober 2013, toen een boek ter sprake kwam dat de oud-burgervader en zijn rol tijdens genoemde oorlog in diskrediet bracht. Op deze houding is het gemeentebestuur nooit officieel teruggekomen. Ik vraag opnieuw dat alsnog te doen.
Aangaande dit verzoek is er echter een verschil met voorgaande jaren. Natuurlijk is er een andere raad en een nieuw college van B&W, maar ik doel op een bron die tot nu toe niet zo makkelijk voor iedereen te zien was. De brief met het advies van de commissie inzake de zuivering van burgemeester Marcel van Grunsven aan de minister van Binnenlandse Zaken.
Op het briefgedeelte links staat de naam J.Visscher-Meister. Dat moet Vincken-Meisters zijn, eigenaar van de winkel in huishoudelijke artikelen in de Oranje-Nassaustraat. Hij liet zich, zo bleek uit ons onderzoek, door NSB-ers gebruiken om de klachten tegen Van Grunsven in te brengen. Op het briefdeel rechts staat met rood in de kantlijn geschreven: 'zoo doch dit is geen kwestie van zuivering. Dit moest vermoedelijk achter 'af te keuren' worden toegevoegd.
Deze brief bevindt zich in het Centraal Archief van Bijzondere Rechtspraak (CABR) in het Nationaal Archief (NA) te Den Haag. Stukken uit dat archief mogen alleen onder toezicht in de studiezaal worden ingezien en niet gekopieerd of gefotografeerd. Onlangs vond ik eenzelfde exemplaar van die brief in het gewone burgemeestersarchief van Marcel van Grunsven, eveneens aanwezig in het NA.[1] Stukken daaruit mogen wel gereproduceerd worden. Ik heb er foto’s van gemaakt. Nu kunt u zelf lezen wat Fred Cammaert en ik al in 2014 in ons boek Eindelijk 'n echte burgemeester. Feiten en Fabels over Heerlens burgemeester Marcel van Grunsven 1940-1946 aangaven, onder andere verwijzend naar deze bron.
Hopelijk staat voor u na het lezen van deze bron ook onomstotelijk vast dat de in 2013 in het boek De geur van kolen gesuggereerde beschuldigingen aan het adres van burgemeester Marcel van Grunsven gebaseerd waren op kwaadsprekerij van foute vaderlanders ten tijde van zijn zuivering. De ondersteuning van die claims of de suggestie dat de indieners van de klachten tegen de burgemeester waarheid bevatten, zo’n zeventig jaar later door de schrijver van dat boek, zijn laster.
Daarom mijn verzoek: herstel het in 2013 in uw raadsvergadering gecreëerde beeld en verbindt daaraan de consequenties als het gaat om de verkoop van het gewraakte boek in uw Nederlands Mijnmuseum.
Marcel J.M. Put
PS: er bevonden zich ook nog andere voor Marcel van Grunsven ‘ontlastende’ en voor De geur van kolen belastende stukken in het door mij geraadpleegde archief. Van allemaal heb ik foto’s/kopieën.
[1] 2.04.87 Inventaris van de archieven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken: Directie Binnenlands Bestuur: Bestuurszaken en Kabinetszaken, (1904-) 1950-1996 (-2005), Inventarisnummer: 4410, Grunsven, M.F.G.M. van, 1923 – 1961.














Opmerkingen