top of page
Homepage modder.jpg

Magistraat van de Mijnstreek

Op 16 mei aanstaande is het precies 100 jaar geleden dat Marcel van Grunsven burgemeester van Heerlen werd. Hij zou dat maar liefst 36 jaar blijven. Tijdens zijn ambtsperiode groeide de gemeente van zo’n 25.000 naar ruim 70.000 inwoners. De welvaart steeg door de steenkolenmijnen die sinds het begin van de 20eeeuw in de regio werden geëxploiteerd. Van Grunsven zag het als zijn taak de snelle groei van de stad die daarmee gepaard ging in goede banen te leiden. De commissaris van de Koningin had hem gekozen vanwege zijn uitstekend financieel inzicht en beheer. Dat had hij als burgemeester van zijn vorige gemeente, Susteren, immers al laten zien. Daarnaast had de gouverneur de indruk dat Van Grunsven goed zou kunnen omgaan met zowel de mijndirecteuren als de geestelijken, die beide op hun eigen manier een stempel op de stad drukten.

 

 

Heerlen

 

Begin jaren negentig van de vorige eeuw kwam ik terug naar Heerlen. Ondanks de ontmoedigende woorden van de man van het Arbeidsbureau dat ik als academicus te hoog was opgeleid en er in Heerlen niet aan geschiedenis werd gedaan, besloot ik me professioneel met de geschiedenis van mijn geboortestad bezig te gaan houden. De keuze voor een thema was snel gemaakt, want de man die mij aan werk had moeten helpen, had deels gelijk. Heerlen was bezig zijn verleden letterlijk af te breken. Er was weinig aandacht voor en daarmee nauwelijks kennis over de architectuur in de stad. Het nu door bijna iedereen bejubelde en gekoesterde werk van Frits Peutz was slechts bij een kleine groep bekend en gewaardeerd, om over andere bijzondere architectuur zoals die van Stuyt, Bartels, Brouwer, Bisscheroux en Sigismund nog maar te zwijgen.

Als sociaaleconomisch historicus kreeg ik al snel meer belangstelling voor de man die gedurende lange tijd achter de plannen en de financiering van de bouw van deze bijzondere panden en de ermee gepaard gaande stadsontwikkeling zat, burgemeester Marcel van Grunsven. Een man die, zo leerde ik, grootste plannen met en voor Heerlen had, maar die ook te maken kreeg met een economische crisis, een wereldoorlog en bezetting, bestedingsbeperkingen tijdens de wederopbouw en het besef dat de voor welvaart zorgende mijnindustrie er niet voor eeuwig en altijd zou zijn. Ik nam mij voor ooit zijn biografie te schrijven.

 

 

Eigen werk over Van Grunsven

 

In de tussentijd schreef ik met Volmar Delheij Heerlen, Peutzstad (1994) en het hoofdstuk ‘Nieuwe Seizoenen’ in Het centrum van de Mijnstreek en het spoor van de avant-garde. Heerlen tijdens het burgemeesterschap van Marcel van Grunsven (1996). In het regionaal historisch tijdschrift Het Land van Herle publiceerde ik twee artikelen over Van Grunsven: ‘Kroon op een carrière. 50 jaar schouwburg aan het Burgemeester Van Grunsvenplein.’ en ‘Afscheid van een burgemeester. Marcel F.G.M. van Grunsven, burgemeester van Heerlen 1926 – 1962’, respectievelijk 61e jrg. no. 4 (Heerlen 2011) 157 – 175 en 62e jrg. no. 1 (Heerlen 2012) 13 – 18. In 2014 verscheen Eindelijk een echte burgemeester. Feiten en fabels over Marcel van Grunsven 1940-1946, dat handelt over de houding van Marcel van Grunsven als oorlogsburgemeester. Dit boek schreef ik met Fred Cammaert. 

​

 

Ander werk: Van Grunsven tot leven gewekt

 

Mijn laatste publicatie over Van Grunsven is dus inmiddels al ruim tien jaar oud. Maar gelukkig is het vooralsnog met Marcel van Grunsven net als aanvankelijk bij de architect Frits Peutz. Tot midden jaren negentig was Peutz slechts bekend in Heerlen en bij enkele architectuurkenners en -liefhebbers. Zijn landelijke (en internationale?) roem kreeg hij pas echt in de 21e eeuw. Kortom: vrijwel niemand ‘waagde’ zich aan de alleen in Heerlen bekende Marcel van Grunsven. Vrijwel, want er is een uitzondering. In 2018 verscheen de roman Moderne Tijden van de journalist Joos Philippens. In zijn Limburgs Dagblad-tijd schreef hij veel over Heerlen. Hij is goed bekend met de geschiedenis van de stad en had ook een fascinatie voor de rol van de burgemeester in haar ontwikkeling. Zijn boek is een ‘vie romancée’ over het leven van Marcel van Grunsven. Het raamwerk is gebaseerd op historische feiten, maar de hoofdpersonen worden tot leven gewekt door het gebruik van verzonnen ontmoetingen, gesprekken en gedachten. Aan de hand van de bouwgeschiedenis van vijf markante Heerlense gebouwen, het retraitehuis op de Molenberg, het Glaspaleis (warenhuis), de Royal (bioscoop), het Raadhuis en de schouwburg, neemt Philippens ons via de persoon van Marcel van Grunsven mee door de Heerlense geschiedenis. Aan de hand van diverse bronnen, zoals gesprekken met familie, vrienden en bekenden van Marcel van Grunsven, verslagen, publicaties en archiefstukken heeft Philippens een romanversie van het leven van de Heerlense burgemeester gemaakt. De andere opgevoerde personen zijn naast Van Grunsvens vrouw en kinderen, de architect van die vijf gebouwen, Frits Peutz, deken Pieter Nicolaye, monseigneur Henri Poels en mijndirecteur Albert Haex. Ook het handelen in woord en daad van de genoemde heren is door Philippens op dezelfde manier als bij Van Grunsven geconstrueerd. Op de bij het boek horende website legt Philippens uit wat ‘historisch’ is en wat hij heeft bedacht en toegevoegd. Het hoofdstuk over het Heerlense raadhuis, ongeveer 1/3 van het hele boek, is grotendeels gebaseerd op Eindelijk een echte burgemeester en als het om de historische feiten gaat in zoverre dus een dubbeling inzake publicaties over burgemeester Marcel van Grunsven. En alhoewel het niet expliciet in de literatuurlijst wordt genoemd, is er ook behoorlijke overlap met mijn artikel ‘Kroon op een carrière’ als het om de bouwgeschiedenis van de schouwburg gaat.

1133 Rijckheyt VG 1948 met ketting.jpg

Ander werk: een schaamteloze samenvatting

​

Het tweede is De geur van kolen (2013) van de Heerlense onderzoeksjournalist Joep Dohmen. Dit boek gaat over het wel en wee van Dohmens familie in Heerlen. Het deel over Van Grunsven belicht vooral zijn houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient twee doelen. Ten eerste als vergelijkingsmateriaal voor het optreden en de na-oorlogse beoordeling van Dohmens oom Albert, ook een oorlogsburgemeester. Daarnaast is op achterkant van het boek te lezen dat het ‘een onbekend oorlogsverleden’ van de burgemeester onthuld. Dit doet vermoeden dat Dohmen zijn familiegeschiedenis beter verkoopbaar wilde maken met deze prikkelende opmerking over een man die verder vrij weinig met zijn familie te maken had. Alhoewel Dohmen beweert dat hij de bronnen enkel ‘heeft samengevat’, suggereert en concludeert hij dat Van Grunsven tijdens de oorlog fout was. In Eindelijk een echte burgemeester hebben Cammaert en ik zijn zeer eenzijdige ‘samenvatting’ en interpretatie van Van Grunsvens oorlogsverleden genuanceerd en daarmee feitelijk naar het rijk der fabelen verwezen.

 

 

Tijd voor een biografie

 

Al met al dus een beperkt aantal publicaties over de man die met afstand de langst zittende burgemeester in de Heerlense geschiedenis is en, zeker als het om de gebouwde omgeving en de kunstcultuur van de stad gaat, waarschijnlijk ook de meest invloedrijke en bepalende. Marcel van Grunsven was bovendien eerste burger gedurende een belangrijk deel van de periode waarin de steenkolenmijnbouw het ritme en de welvaart van Heerlen grotendeels bepaalde, namelijk Heerlens groei tot centrum-stad en de gouden jaren vijftig en begin zestig. Daarnaast zijn er in het algemeen weinig biografieën van en over Nederlandse burgemeesters. Over het ‘hoe en waarom’ daarvan zal ik hier niet uitweiden. Het mag duidelijk zijn dat de burgemeestersbiografie van Marcel van Grunsven niet nog veel langer mag uitblijven.

 

 

Mijnheer de burgemeester

 

De centrale vraag in mijn onderzoek is of en in hoeverre Marcel van Grunsven de opdracht vanuit de provincie en zijn ambities met en voor Heerlen heeft gerealiseerd en hoe hij dat heeft gedaan. Over de realisatie van zijn plannen is al het een en ander geschreven, met name als het gaat om stedenbouw en architectuur en in mindere mate over zijn bemoeienis met de schone kunsten. Het krachtenveld waarbinnen hij opereerde, kwam daarbij bovendien slechts summier en ad hoc ter sprake. Over zowel het resultaat als de werkwijze van Van Grunsven komen we meer te weten als we onderzoeken hoe Van Grunsven binnen de context waarin hij moest opereren invulling gaf aan de vijf verschillende rollen die een burgemeester heeft. Die rollen zijn: 1. politiek-bestuurlijke, als voorzitter van college en raad; 2. ordehandhaver. 3. bestuurlijke, d.w.z. als portefeuillehouder. 4. belangenbehartiger van de gemeente en 5. psychologisch-ethische, d.w.z. als burgervader met contact en zorg voor de bevolking. 

De biografie die ik maak gaat dus niet zozeer over de persoon Marcel van Grunsven, maar veel meer over de invulling die Marcel van Grunsven gaf aan het ambt van burgemeester van Heerlen.

 

 

Tot slot

 

Over het handelen van burgemeester Marcel van Grunsven zal ik in de weken in aanloop naar zijn honderdjarig jubileum korte stukjes schrijven en daarmee ‘tipjes van de sluier’ lichten of vragen opwerpen. Daarbij ligt de nadruk op het onder de aandacht brengen van zijn, toch ook nu al aantoonbaar, bijzondere burgemeesterschap en niet op het delen van nieuwe feiten en of inzichten. Die zijn beter op hun plaats in de uiteindelijke biografie. Waarvoor ik u nog even geduld vraag.

 

 

Marcel J.M. Put

Cover Schouwburg artikel.jpg
Afscheid VG.jpg
Cover Heerlen Peutzstad.png
Cover Avant garde.png
Cover Geur van Kolen.png
Scherm­afbeelding 2026-04-02 om 23.08.07.png
Cover Moderne Tijden.png
© Copyright

2025 by ouweleem.nl 

Proudly created with Wix.com
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
bottom of page