top of page
Homepage modder.jpg

Kiek 'ns doa, kiek 'ns doa, doa lik d'r Lange Jan

21 aug
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 24 aug

‘Doa ligk heë da’! (daar ligt hij dan!) Zo dicht bij de Lange Jan waren de meeste mensen nog nooit. De ordehandhavers lijken geen problemen te hebben. Met de restanten van de Lange Jan direct voor hun neuzen praten de toeschouwers met elkaar over hetgeen ze net hebben gezien. Anderen lijken samen met de ordehandhavers in afwachting van wat nog komen gaat. Bron: NL-HCL/Rijckheyt, fotocollectie 116.


Hij werd geboren als verlosser, was jarenlang statig en groots hèt gezicht van Heerlen, maar zoals dat vaker met verlossers gaat, was hem geen lang leven beschoren. Hij stierf op 21 augustus 1976, amper 38 jaar oud. Op die noodlottige zaterdag verdween d’r Lange Jan uit het Heerlense stadsbeeld en daarmee uit ons oog, maar gelukkig niet uit ons hart. Op zijn begrafenis kwamen meer dan 10.000 rouwenden en ieder jaar met vasteloavend wordt hij bezongen met de woorden die Wiel Knipa ons heeft geleerd. Zeg “Kiek ‘ns doa”, en een echte Heerlenaar antwoord met “sjteet d’r Lange Jan”. Natuurlijk,  want “d’r Lange Jan kint jieëker kink”.



De meest iconische foto van de Val van de Lange Jan. De meeste (beroeps)fotografen stonden opgesteld bij het spoor boven de tunnel van de Kloosterweg. Vandaar zou de val van Lange Jan het best in beeld te brengen zijn. Zo ook hoffotograaf van het Limburgs Dagblad Dries Linssen. Toch prijkte een dag later deze foto in de krant, gemaakt vanaf een plek op de Sittarderweg en erg spectaculair omdat de schoorsteen de huizen lijkt te verpletteren. Wat hij uiteindelijk ook met een enkel huis deed. Dries zelf kreeg de verkeerd vallende Lange Jan weliswaar goed in beeld, maar er was nog een betere, meer spectaculaire foto, gemaakt vanaf een plek op ongeveer 500 meter van en vrijwel recht tegenover de positie van Linssen. Die foto prijkte de maandag na Lange Jans val op de voorpagina van het Limburgs Dagblad, met daarbij ook de naam van Linssen. Zij was echter gemaakt door de wielerfotograaf John van Deurssen. Hij had de rechten van de foto aan Linssen verkocht. ‘De wraak van Lange Jan’ werd op een fantastische manier aan de wereld gepresenteerd. Later is de foto ook gebruikt als aankondiging van het door Heerlenaar Jeroen Willems geschreven toneelstuk Lange Jan, Lange Lies. Bron: Collectie Marcel J.M. Put, foto Dries Linssen.



De wraak van Lange Jan

 

Zaterdag 21 augustus is vrijwel iedereen in de Oude Mijnstreek vroeg wakker. In Heerlen is van 9.00 tot 18.00 uur braderie en … het is de dag van het grote afscheid, het afscheid van “d’r langste keël deë uëver Heële kieke kan”.

Van kwart voor acht tot half tien ’s ochtends zijn de wegen rondom het mijnterrein afgesloten. Daardoor is het aan de noordkant van het centrum niet mogelijk om over het spoor te geraken. Standhouders en vroege bezoekers van de braderie worden via het Schandeler- en Groene Boord naar het centrum geleid. Degene die de reus willen zien vallen, zorgen dat ze op tijd een goede plek hebben gevonden.

Om 5.00 uur hebben de mannen van Couwenbergh gehoor gegeven aan het ‘bevel’ van de Arbeidsinspectie en de laatste bewapeningsijzers doorgebrand. Vanaf dat moment staat de schoorsteen helemaal vrij. Naar het idee van alle toegestroomde belangstellenden en de mensen op de Heerlense daken staat Lange Jan echter nog zo stevig als altijd. Zij weten niets van hetgeen zich de dag tevoren aan de voet van Lange Jan heeft afgespeeld. Ze beseffen niet dat hun Lange Jan al ‘ontworteld’ is.

Tegen kwart voor negen wordt het langzaam stil in de stad. Er rijden nauwelijks nog auto’s, de duizenden toeschouwers gaan steeds gedempter praten. Het moment waarop het definitieve vonnis over Lange Jan wordt voltrokken nadert. De spanning stijgt. Vele van de duizenden kijkers realiseren zich dat er met de val van Lange Jan een einde komt aan een periode in de Limburgse geschiedenis. Het betekent het definitieve einde van de steenkolenmijnbouw, een bedrijfstak die de regio zoveel welvaart heeft gebracht. Blijkbaar is sluiting van de mijnen niet genoeg, maar moet ook de herinnering eraan worden gewist. Het opblazen, dat wil zeggen ‘het doden’ van de ‘vermenselijkte’ schoorsteen en daarmee het symbool van de mijnindustrie bij uitstek, Lange Jan, schiet in die herinnering letterlijk en figuurlijk een enorm gat.

En dan is er een knal, Lange Jan wipt een beetje op, helt over in de richting van Lange Lies’ laatste rustplaats, helt terug en … blijft staan! De tot dan heersende stilte wordt verbroken. Mensen beginnen voorzichtig te klappen, om aan te geven: Zie je wel, onze Lange Jan krijg je zo maar niet om. En dan, onder een aanzwellend geschreeuw, valt de 4800 ton zware Lange Jan alsnog, en wel de verkeerde kant op. Hij valt dwars over de Kloosterweg en bovenop de villa Freling, waarin het laatste hoofdkantoor inclusief archief van de Oranje Nassaumijnen is gevestigd. Er ontstaat chaos. Lange Jan heeft in zijn val drie hoogspanningskabels en een transformatorhuisje vernield en daarmee de elektriciteitsvoorziening in een groot deel van Heerlen verstoord. Politie en brandweer kunnen hierdoor moeilijk communiceren. Daarnaast wil iedereen die op een afstand heeft staan kijken, ter plekke zien wat er is gebeurd en een stuk van Lange Jan bemachtigen. Duizenden begeven zich naar de plek des onheils. Daar heeft de politie moeite met het in bedwang houden van de massa. Hier en daar is zelfs het gebruik van de wapenstok noodzakelijk om mensen in toom te houden. Ondertussen ontstaat het verhaal van de wraak van Lange Jan.



Rechts: Ter afsluiting van zijn begrafenis spreekt Lange Jan, bij monde van opper-Winkbüll Herm Adams, het Heerlense volk voor het laatst toe. Linksachter Herm Adams staat Funs Pelt, toenmalig president van de Winkbülle, en rechtsachter hem de Heerlense stadsprins van dat jaar, Bert I (Quaedvlieg). Bron: collectie Herm Adams.

Links: Het bidprentje van Lange Jan. Volgens goed katholiek gebruik is er voor de nabestaanden en rouwende een afscheidsprentje van Lange Jan gemaakt. De tekening is van Ru de Vries. De tekst werd aan het eind van de begrafenis uitgesproken door opper-Winkbüll Herm Adams. Lange Jan kondigt er zijn einde mee aan. Nu de mijnen zijn gesloten, het stil om hem heen is en Lange Lies er ook al is gevallen, vindt hij het mooi geweest. De carnavalsvereniging De Winkbülle moeten beloven dat steeds als de Lange Jan Mars wordt gespeeld iedereen wijst naar de plek waar Lange Jan heeft gestaan. Heerlen, het ga je goed. Tijdens de uitvaart bleek al snel dat de belangstelling voor dit kleinood het aanbod vele malen overtrof, zodat er later nog duizenden prentjes werden nagedrukt. (Collectie Herm Adams)



‘D’r Lange Jan sjwaamt neet mieë’

 

Ruim 2000 mensen geven gehoor aan de oproep van De Winkbülle om Lange Jan de laatste eer te bewijzen. Om 20.00 uur vertrekt de begrafenisstoet vanaf het Burgemeester Van Grunsvenplein richting de Pancratiuskerk. Met gepaste stilte, snikkend in zakdoeken, treurmuziek spelend en afscheidsliederen zingend begeleiden de Heerlense verenigingen, muziekgezelschappen, carnavalisten, einzelgängers en oud-kompels de negen meter lange kist van ‘d’r Lange Jan’. De Man van Palemig groet Lange Jan voor de laatste keer. De toenmalige voormannen van het Heerlens Streektheater, Jo Haan en Sjef Clement, bekijken het positief: ‘D’r Lange Jan sjwaamt neet mieë, evvel vier nog waal!’ Het kerkkoor van Schandelen loopt direct achter de kist en zingt een requiem, een uitvaartlied, waarvan de tekst door koorlid Martin Beijer voor deze gelegenheid is geschreven op de wijs van het lied ‘Moeder onze kraai is dood’.

 

‘Requiem d’r Jan is doeëd

Heë is noe in der pratsj gevalle

Ze sjoate hem in inne poeët

Heële, d’r Lange Jan is doeëd

 

Requiem d’r Jan is doeëd

Vuur ós bis dich neet mieë te vervange

Al wat sjoeën i Heële is

Ligk al in de loemelekis

 

Ieësj ’t Lies en noe d’r Jan

Mie leef is dat neet vuur te treure

Leef luuj, dat weëd nog ee gemis

Nieëmes wit mieë woeë Heële is

 

De stoet trekt door de Heerlense binnenstad waar ruim 10.000 mensen langs de kant staan te kijken. Na ongeveer twee uur arriveert zij op het Kerkplein. Het plein, de Bongerd en de Markt zien zwart van de mensen. Als de kist is aangekomen volgen de laatste plechtige momenten. Onder het toeziend oog van d’r Kuëb va Heële spreekt Opperwinkbüll Herm Adams Lange Jans grafrede uit. (voor de tekst zie de illustratie van Lange Jans bidprentje). Er volgt een eresaluut van de stadsschutterij Sint Sebastianus en na een minuut stilte wordt de kist door de leden van schutterij ten grave gedragen, terwijl de 16-jarige John Oomers op zijn trompet ‘The last post’ speelt.

Het officiële deel zit er dan op. Spontaan wordt door de toeschouwers de Lange Jan Marsj gezongen, ook ten teken dat het tijd is ‘het leven’ van de langste Heerlenaar op een vrolijke manier te gedenken en te vieren met een koffietafel. In de afgelopen twee weken hebben zich hiervoor maar liefst 1650 mensen aangemeld. Zij doen zich te goed aan 140 pruimenvlaaien, 70 stokbroden, 66 kilo ‘sjwatte Frenz’ (bloedworst) en liters koffie en bier.


Met het opblazen van de Lange Jan wordt een definitieve streep gezet onder het Limburgse mijnbouwverleden. De toenmalige hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad ziet het direct na de val van Lange Lies positief als hij schrijft ‘met dynamiet kun je slopen, met dynamiet kun je bouwen.’ Maar aan menigeen in de Oude Mijnstreek is dit optimisme nog niet besteed. De bevolking rouwt. Om het verlies van de mijnen, van het werk, van de saamhorigheid, van de welvaart en van alle andere goede dingen die ‘de koel’ de mensen heeft gegeven. Op 21 augustus 1976 komt daar het verdriet om het gemis van de Lange Jan bij. Het verdriet om de ‘dood’ van ‘(…) inne vrunk, deë ummer óp dich wach.’ Want, ‘woeë is deë miensj va Heële, deë noeëts es hat gezag: Kiek ‘ns doa, kiek ‘ns doa, doa sjteet d’r Lange Jan.


Marcel J.M. Put



Dit blog is een selectie van teksten uit mijn artikel 'Kiek 'ns doa, kiek 'ns doa, doa sjteet d'r Lange Jan dat in 2013 in Het Land van Herle is verschenen. Het hele artikel is te lezen via deze link.

In november verscheen, eveneens door mij geschreven, het boek Het verhaal van Jan en Lies. Komst, 'leven' en afscheid van de schoorstenen van de Oranje-Nassau Mijn I. Dit boek is voor €17,50 te koop bij de Heerlense boekhandels Van der Velde van Dam en Dominicanen en in de museumwinkels van het Nederlands Mijnmuseum en Schunck. Of via deze website. Dan krijgt u het tegen €5,- meerkosten (voor het verzenden) met de post thuis.


 
 
 

Opmerkingen


© Copyright

2026 by Stichting Ouweleem.nl 

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn

TRIODOS bank / BIC: TRIONL2U / IBAN: NL85 TRIO 0320 0662 07

KVK 95108351 

Proudly created with Wix.com
bottom of page