top of page
Homepage modder.jpg
  • Foto van schrijverouweleem

Sorry, Marcia


Vanochtend ‘stond’ ik opnieuw in De Limburger. Twee dagen achter elkaar. Voorpagina, pagina 2 en 4 en 5. En nog positief ook. Dat vind ik tenminste. Nou, dat gebeurt normaal alleen bij Max Verstappen. Niet slecht voor een eenvoudige historicus uit Schandelen. Ik ben dan ook blij. Maar met beide voetjes op de grond blijven, want … ik leerde ook dat ik fout zat.


Een eer, een hulp, een les en een inspiratie dat is de column van Frans Pollux van vandaag voor mij. De eer hoef ik niet uit te leggen. De hulp, Pollux noemde andere bron die het over de hoogste bontjassendichtheid in Heerlen heeft: het Manifest Culturele Lente 1 van Heerlen. Loek Kreukels en ik waren steeds op zoek naar bronnen uit de jaren vijftig en zestig waaruit dit zou blijken, omdat Marcia Luyten in Het geluk van Limburg die dichtheid noemt in het hoofdstuk dat over de periode 1956-1960 gaat. Toen waren de bontjassen immers (nog) in de mode. Het leek onlogisch en daarom onwaarschijnlijk dat er een latere bron zou zijn (die zich dan toch weer op een oudere moest baseren). Hoe dan ook, de door Pollux genoemde bron is uit 2012 en daarmee ouder dan het boek van Marcia Luyten. Het is waarschijnlijk dat het Manifest de bron voor Luytens bewering is. En daarom: Marcia, we hebben je vals beschuldigd. Ik zou verzachtende omstandigheden kunnen aanvoeren, zoals je gebrekkige bronnenregistratie, maar dat doe ik niet. Dus: Sorry, Marcia.



Dat roept de vraag op wie dan verantwoordelijk is voor dat Manifest? Dat is gelukkig helder, namelijk Esther Gottschalk. Zij staat als auteur in de colofon genoemd. Wie is zij? Mevrouw Gottschalk blijkt vooral actief in de wereld van muziek en dans en was toen ze het Manifest schreef cultureel intendant van Heerlen/Parkstad, zeg maar de baas van de organisatie die zich met cultuur bezighoudt. Dit kon wel eens de ‘missing link’ zijn waar we naar zoeken. Wat is in namelijk in Heerlen/Parkstad HET culturele evenement van het jaar? Precies: Vasteloavend, ofwel carnaval.


Ik vermoed dat er een drukfout in het Manifest is geslopen. Dat het namelijk niet ging om de bontjassendichtheid in Heerlen in de jaren zestig (wat dat laatste betreft zat Marcia Luyten dus wel fout), maar over de bonte jassendichtheid! Nu heb ik ook mijn twijfels of die in de jaren zestig in Heerlen al zo groot was en weet ik niet hoe ik de vergelijking met Rotterdam, die Gottschalk ook maakt, moet zien, maar vandaag de dag zou dit wel eens kunnen kloppen. Zeker op zondagavond na de optocht binnen een straal van 500 meter van de Pancratiuskerk. De enige echte concurrent is dan niet Rotterdam, want bij het zomercarnaval daar worden er nauwelijks kledingstukken gedragen, laat staan bonte jassen. Nee, dat is dan Kerkrade, de Markt op dinsdag tijdens het Kloonetrekke.



Ik overweeg om het CBS te vragen tijdens carnaval op zondagmiddag voor café Bracke in Heerlen en op dinsdag op de Markt in Kerkrade een aantal Hollandse waarnemers sturen om in ieder geval voor dit jaar aan te tonen waar nu sprake is van de grootste bonte jassendichtheid.


Door deze interpretatie loop ik natuurlijk het risico dat ik over een paar weken opnieuw mijn excuses moet aanbieden. In dit geval aan Esther Gottschalk. Mocht ik ongelijk hebben, ben ik daar zeker toe bereid. Net als iedereen tegenwoordig zeg ik dan gewoon ‘sorry’ en hoop er (ook) mee weg te komen. Ik offer mijn reputatie dan op voor een hoger doel. Het bijkomend effect is dan namelijk dat iedereen weer ziet en zich realiseert waarom de geschiedwetenschap ook wel ‘een discussie zonder eind’ wordt genoemd. Nieuwe bronnen en benaderingswijzen zorgen voor nieuwe interpretaties en inzichten. Die verandering wil niet zeggen dat voorgaande verhalen verkeerd, dom of ondoordacht waren. Ze waren op dat moment het best mogelijke. Bij geschiedenis roepen mensen: ‘Hoe kan dat nu? Vroeger beweerden ze iets heel anders. Dat kan toch niet’. Terwijl in de medische wetenschap en in de techniek vinden ze dergelijke veranderingen op basis van nieuwe informatie en benaderingen heel normaal.



Panta Rhei, zeiden de oude Grieken: alles stroomt, alles is in beweging. Dat slaat ook op de geschiedwetenschap. Het geldt net zo goed voor meningen. Zeker ook voor die van een historicus zoals ik. Ik ben het hartgrondig eens met het NRC Handelsblad dat in de jaren tachtig de slogan had: ‘Wie nooit van mening is veranderd, heeft weinig geleerd’. Geschiedenis, een discussie zonder eind. Je moet die discussie dan niet alleen willen voeren, maar ook van standpunt durven veranderen.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er geen bewijs is dat er in het Heerlen van de jaren vijftig (en zestig) sprake was van de hoogste bontjassendichtheid van Nederland en al helemaal niet dat mijnwerkersvrouwen zulke jassen droegen. Hopelijk kunnen we deze 'zwarte bontjassengeschiedenis' snel achter ons laten en door de 'bonte jassengeschiedenis' vervangen.

Wat dat betreft geldt nog steeds dat ik wens dat de bontjas in het NMM zo snel mogelijk door de motten helemaal wordt opgevreten.

Maar ook zeg ik in verband daarmee nogmaals: Sorry, Marcia. Ik zat fout.


Marcel J.M. Put

215 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

コメント


bottom of page