Homepage modder.jpg

05 april 2022

Waar_2022_12_05_Romeinse_Zuil_D.JPG

Aanwijzing 1: In dit licht worden (binnenkort weer) voor ons belangrijke beslissingen genomen.
Aanwijzing 2: Het is bedacht door onze favoriete Groninger.

05 april 2022

Peutz’ meesterwerk

De glazen koepel en een aantal lampen, dat was er te zien op het detail. Ze zijn onderdeel van de raadszaal van het Heerlense raadhuis. Zij zorgen ervoor dat er licht valt op onze lokale democratie. De architect van het raadhuis, de geboren Groninger Frits Peutz, is inmiddels bij veel Heerlenaren en zelfs Parkstedelingen een bekende. Noem zijn naam een mensen noemen je minstens een gebouw dat hij in onze stad heeft ontworpen. Hij staat bekend om gebouwen die er voor de Tweede Wereldoorlog al modern uitzagen. Ze waren strak van vorm en opgetrokken uit beton, metaal en glas. Ze worden als bijzonder en vaak ook als mooi, stijlvol ervaren. Zeker door iemand die ook het interieur van zijn gebouwen heeft gezien.

Van het Raadhuis wordt wel eens gezegd dat het Peutz’ ‘Gesamtkunstwerk’ is. In alles zit de hand van Peutz. Bovendien heeft hij er veel tijd in gestoken. De bouw van het Raadhuis was in meerdere opzichten een hele klus. Mede daardoor werd het een totaal ander gebouw dan Peutz en bouwheer burgemeester Marcel van Grunsven eerst voor ogen stond.
In zijn bijdrage in ’40 jaren spoor en mijnen in Zuid-Limburg’ uit 1936 noemde Van Grunsven Heerlen ‘de Metropool van de Mijnstreek’. Hij was bezig die metropool vorm te geven. In Peutz vond hij de bouwkundige die hem daarbij kon en wilde helpen. Van Grunsven wilde voor het moderne Heerlen een nieuw centrum, een nieuw levendig hart. Dat wilde hij creëren rond een nieuw te bouwen raadhuis. De gemeenteraad ging akkoord met de bouw van een nieuw bestuurscentrum en liet zich door de burgemeester ervan overtuigen dat Peutz de enige architect was die Heerlen kon geven wat het verdiende. In de gedachte van de burgemeester was dat niet alleen een nieuw raadhuis, maar de invulling van een geheel nieuw plein aan de zuidkant van het oude gemeentehuis. Peutz schetste het plan Coriovallum. (afbeelding) Op de tekening is een heel ander gemeentehuis te zien dan hetgeen uiteindelijk werd gebouwd. Peutz maakte wel 130 tekeningen omdat het goedkoper moest, de raad op zijn strepen ging staan, hij de burgemeester te vriend moest houden of hijzelf tot andere inzichten kwam.

Archaeological_site_of_the_Thermenmuseum,_Heerlen_01.jpeg
Een deel van de schets die Peutz maakte van het 'Plan Coriovallum'. Links het raadhuis, met 'beltoren'. Rechts kwam in 1940 uiteindelijk een modern, maar minder extravagant gebouw, het warenhuis van de HEMA. Links beneden, aan de westkant van het plein, waar nu De Vondst is gevestigd, was de nieuwe schouwburg gepland.

Zo verdween de geplande ‘beltoren’, zoals die in veel Middeleeuwse steden nog aanwezig is. In die toren werden vroeger de stadsrechten bewaard. Zij vormden het grootste bezit van de stad waren, omdat ze het bewijs van haar rechten en dus van haar vrijheid waren. In ‘Heerlen Peutzstad’ geven Volmar Delheij en ik aan dat volgens ons Peutz ervoor zorgde dat het idee van zo’n toren wel aanwezig bleef door de raamverdeling aan de zuidkant (het representatieve deel). We baseren ons daarbij op andere uiterlijke kenmerken die het representatieve deel van het raadhuis heeft en het feit dat Peutz zelden ‘zo maar’ iets deed. Over alles was nagedacht, alles had betekenis. Zo kun je aan de natuurstenen bekleding van de gevel iets zien van de indeling: de raadszaal heeft een ander patroon dan de gevel en de burgemeesterskamer. Ook lijkt Peutz met dit raadhuis te verwijzen naar het katholieke geloof van de streek en manier waarop het wereldse bestuur in elkaar steekt. De burgemeesterskamer heeft de vorm van een absis en is ook op het oosten georiënteerd. Het is als het ware een wereldlijk altaar. De burgemeester als een ‘wereldlijke pastoor’: de voorganger, leider, herder van de gemeente. Alleen heeft zijn altaar deuren. Opent hij die dan staat hij voor zijn ‘volgelingen’, die op de als tribune dienende trap zitten. Maar anders dan in de kerk, is de burgemeester hier niet de baas. Dat is de gemeenteraad. Die staat boven hem en daarom ligt de raadszaal boven de burgemeesterskamer. Op hetzelfde niveau bevindt zich de zogenaamde burgerzaal (en dat is door de beplating van de buitenkant te zien). De raadszaal waarin het detail van deze WAAR zit. Je zou het glazen plafond ‘het Heerlense venster op en van de democratie’ kunnen noemen. Hierdoor valt het enige daglicht in de ruimte waar de voor de gemeente belangrijke beslissingen worden genomen. Waarom geen grote ramen in de zaal, zoals boven de trap aan de kant van de Raadhuisstraat? Dat had makkelijk gekund. Door ramen kijk je naar buiten. Ze leiden af. Dat wilde de architect blijkbaar niet. Het stadsbestuur moest zich volledig op gemeentezaken kunnen concentreren.

Peutz ontwierp ook het interieur. Het meest bekende is de brede trap die naar de eerste verdieping leidt. Oorspronkelijk leek die in de ruimte te zweven. Later zijn er balustrades aangebracht, waardoor dit ruimtelijk effect helaas verloren ging. Een veel kleiner detail is de deurklink van de burgemeesterskamer. Aan de buitenkant is daarop de uitnodiging ‘Spreek vrijuit’ te lezen. Wanneer de bezoeker (of de burgemeester zelf) weer naar buiten stapt, ziet hij aan de binnenkant de waarschuwing ‘Let op uw woorden’ op de klink.
Een vreemd element is de pilaar in de zuidwesthoek van de grote hal, dichtbij de portiersloge. Alle pilaren zijn rond en gaan gewelfd over in het plafond, de paddenstoelkolommen, een bouwelement dat door Peutz veel is gebruikt. Deze pilaar is echter vierkant. Hierdoor, en ook door zijn plaatsing, valt hij niet alleen uit de toon, maar doet hij ook afbreuk aan de hal. Vermoedelijk heeft Peutz hier een constructieve concessie moeten doen, want in zijn ontwerpen ziet het er veel harmonischer uit.

Tot slot nog even de buitenkant. Het balkon boven de ingang heeft een aparte onderkant. Die zie je op verschillende plaatsen in Heerlen. Zoals Jan Stuyt zijn ‘Stuyters’ had (bollen op het dak of op balkons), zo is deze onderkant een vaker terugkerend element bij ontwerpen van Peutz.
Om de hoek in de Raadhuisstraat staan tegen het gebouw twee zuilen, met daarboven weer twee zuiltjes. Hierover is al veel geschreven en gezegd. Maar helaas niet door Peutz zelf, dus wordt er gezocht naar een verklaring. Die zijn er genoeg, maar ze hebben allemaal te veel onzekerheden om sluitend te kunnen zijn. De meest gangbare, een verwijzing naar Heerlens Romeins verleden, is onzeker omdat het weliswaar zuilen zijn die lijken op die in Italië, maar typisch zijn voor de pre-Romeinse periode. De verklaring in ‘Heerlen Peutzstad’ dat ze symbool staan voor het wereldlijk gezag, zoals de zuilen Jakin en Boaz in de tempel van koning Salomon dat waren van de goddelijke macht, lijkt wat ver gezocht. En de verklaring dat Peutz in huiselijke kring gezegd zou hebben dat hij de twee pilaren aan de zijkant gewoon mooi vond en ze dus geen diepere betekenis hadden, is bij Peutz nauwelijks voor te stellen.

En dan is er nog de daktuin, die er waarschijnlijk niet zo lang is geweest (zijn er foto’s van?) en het administratieve deel van het gebouw, dat de net als het oude raadhuis de ingang aan de Geleenstraat heeft. Daarover een andere keer meer.

DSC_0163.JPG
Links: de 'zwevende' trap, ook te gebruiken als tribune bij gelegenheden waarbij de burgemeester het personeel toesprak of als er lezingen/exposities in het raadhuis werden gehouden. Dit deel van het gebouw was immers het 'representatieve' deel. Daarin presenteerde de gemeente zich. Daarnaast had de burgemeester er zijn kamer en waren er vijf kamers voor de wethouders. Links op de foto is de vierkante zuil uit het verhaal te zien
Onder: een schets van dezelfde ruimte maar dan vanuit een ander perspectief. Nu kijk je hier tegen de vierkante zuil aan. Vermoedelijk moest hij er om constructieve redenen worden geplaatst. Een andere reden waarom Peutz deze aanpassing heeft gedaan is bijna niet te bedenken. Blijft de vraag waarom het geen paddenstoelkolom kon zijn.
DSC_0164.JPG