Homepage modder.jpg
Verhalen open boeken_edited_edited_edited.jpg

Heerlense Verhalen

Bij de lange verhalen kom je via 'Lees verder' op een tussenpagina. Daar weer op 'Lees verder' klikken brengt je naar het artikel. Excuses voor dit ongemak. Dit is omdat de eerder gepubliceerde artikelen buiten de website zijn opgeslagen.
DSC_0176.JPG

Een verborgen parel

Is het pand Saroleastraat 33 cultuurhistorisch erfgoed en moet het behouden blijven

1896%20station%20Heerlen_edited_edited_edited.jpg

De dag dat Heerlen 'modern' werd

Verbleekte 'gouden letteren in Heerlens historiebladen'.

Eind november kwam er bij sloopwerkzaamheden aan het pand Saroleastraat 33 (hoek Dautzenbergstraat, zuidzijde) een oud huis tevoorschijn. Het kwam in de krant en werd, met steiger, vele keren gefotografeerd.
Een cadeau, een verborgen parel waren de typering gebruikt door journalist, raadsleden en wethouder. In de raadsvergadering volgend op het zichtbaar worden van dit oude huis werd gesproken over cultureel erfgoed dat behouden moest blijven. Waarom?

In principe is alles wat de mens maakt cultuur. Uiteindelijk wordt dus alles wat wij maken op een gegeven moment cultureel erfgoed. Bewaren we dat ook allemaal? Nee, tenminste niet bewust. Alhoewel op het internet te zien is wat er nog allemaal aan (heel) oude spullen in omloop is, wordt lang niet alles bewaard. Zeker in de openbare ruimte is het niet praktisch om al het oude te behouden. Daar staat dat cultureel erfgoed vaak vernieuwing en verbetering in de weg en maakt het plaats voor iets eigentijds. Blijft de vraag wat het oude huis van Saroleastraat 33 tot cultureel erfgoed maakt dat behouden moet blijven?

Uiterlijk? Dat gaat vaak over mooi vinden en daar zijn de meningen altijd over verdeeld. Ik pleit er daarom voor om verder te kijken. De cultuurhistorische waarde wordt namelijk ook bepaald door de bouwgeschiedenis, de architect, de bouwstijl, de omstandigheden waaronder het gebouwd is en de eigenaren, bewoners en gebruikers van een pand. Er moet systematisch onderzoek worden gedaan naar panden waarvan we nu vinden dat ze vanwege hun uiterlijk bijzonder zijn. Om een voorbeeld te geven waartoe dat kan leiden is hier een beknopt voorbeeld voor Saroleastraat 33?

Het pand is in 1910 gebouwd in opdracht van de slager H. Leufkens. De architect is vooralsnog onbekend. Leufkens, die eerst een zaak aan het Kerkplein had, woont er met zijn vrouw, hun 11 kinderen, een dienstbode en een knecht. Aan de overkant van de straat, hoek Dautzenbergstraat oostzijde, heeft E. America tussen 1907 en 1922 ook een slagerij. Dit is zijn tweede vestiging. De eerste ligt in Valkenburg. 
Saroleastraat 33 is altijd een hoekpand geweest. Er loopt een pad langs, dat later de (Verlengde) Dautzenbergstraat wordt. Tot aan het Kantongerecht (nu HEMA) is er in 1912 nog geen andere bebouwing aan die kant (westzijde) van de Saroleastraat. Tussen pand en pad ligt nog een onbebouwd erf.
Eind 1935 wordt de slagerij, die in 1923 is overgenomen door het echtpaar De Wit-Goedhart, grondig verbouwd in opdracht van de heer Grote, een uit Heerlen afkomstige kledinghandelaar. Het Limburgs Dagblad van 17 december 1935 schrijft dat er een heren- en kinderkledingzaak wordt gevestigd. ‘Het tegenwoordige pand (…) zal daarvoor een grondige verbouwing ondergaan en van een fraaie nieuwe gevel worden voorzien.’ Vermoedelijk is het pand toen uitgebreid door het erf te bebouwen. De architect die daarvoor tekent is Anton Bartels.

Bartels is op 30 december 1879 in Utrecht geboren. In 1912 wordt hij chef de bureau van Jan Stuyt’s Centraal Technisch Bureau. Dit bureau is een Heerlens filiaal van Stuyt’s Amsterdamse vestiging. Stuyt heeft het opgericht nadat hij huisarchitect van de katholieke vereniging ‘Ons Limburg’ is geworden. Aangezien Stuyt in Amsterdam blijft wonen, regelt Bartels de dagelijkse gang van zaken op het Centraal Technisch Bureau. Dit maakt Bartels voor de ontwikkeling van Heerlen een belangrijk persoon. Zo is hij medeverantwoordelijk voor het stratenplan dat het Bureau Stuyt in 1913 voor de gemeente ontwerpt, het plan waarvan o.a. het Hesselleplein en het Tempsplein deel uitmaken. Aan dat laatste plein bouwt Bartels in 1918 zijn eigen bureau en woonhuis, de nummers 25 en 26. Bartels blijft tot 1956 actief als architect. Hij werkt vooral in de Oostelijke Mijnstreek. Voorbeelden van zijn gerealiseerde ontwerpen zijn: de (identieke) politiebureaus van de Heerlerbaan en Heerlerheide (1921/22, vermoedelijk in samenwerking met Jan Stuyt), het gemeentehuis van Bocholtz (1923) en het klooster met kapel van de Karmelietessen aan de Putgraaf in Heerlen (1935, nu Luciushof).

Op dit moment eert Heerlen de architect Jan Stuyt, die een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling en het aanzien van Heerlen in de jaren tien en twintig van de twintigste eeuw. Hoogstwaarschijnlijk geldt hetzelfde voor Anton Bartels, zeker in de periode dat Stuyt gelieerd is aan ‘Ons Limburg’ (1912-1925), en Bartels het Centraal Technisch Bureau leidt en nauw met Stuyt samenwerkt. Daarnaast is ook zijn zelfstandige werk van belang. 
Valt daaronder ook Saroleastraat 33? Reden voor deze vraag is een foto van het pand uit 1929. Daarop is het hoekgedeelte deels te zien. De gevel lijkt heel erg op dat wat er kortgeleden in Heerlen tevoorschijn is gekomen. Heeft Bartels in 1935/36 de n de krant genoemde ‘fraaie nieuwe gevel’ gemaakt of is de oude alleen maar opgeknapt? Of wordt de bebouwing van het erf bedoeld en heeft Bartels de gevel daarvan in dezelfde stijl gemaakt als die uit 1910? Kortom is Bartels wel of niet verantwoordelijk voor hetgeen wij nu zien? Nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen. Gezien het werk van Bartels in en voor de regio zou een Bartels-gevel de ‘parel’ Saroleastraat 33 extra glans geven. De 'doos' kwam er in 1969/1970 toen Maison Louis het pand betrok en moderniseerde 

Er is nog een ander gegeven dat kan helpen de cultuurhistorische waarde van Sarolestraat 33 te onderbouwen, namelijk de sociaaleconomische betekenis. De bouw van het pand in 1910 geeft aan dat er in het centrum van het sterk groeiende Heerlen plaats is voor een zaak die niet alleen een relatief luxeproduct verkoopt, namelijk vlees, maar zich bovendien vestigt tegenover een sterke concurrent in een straat die ook nog eens niet af is. Slager Leufkens moet dus heel wat vertrouwen in de koopkracht van de Heerlense bevolking hebben gehad. In Heerlen werd dus toen al goed geld verdiend en uitgegeven, veertig jaar voordat, volgens Marcia Luyten in ‘Het Geluk van Limburg’, de welvaart van de mijnstad aan het aantal bontjassen was af te lezen. Het vertrouwen in de locatie bleek terecht, want de in 1910 nog jonge onvoltooide straat, had een een grootste toekomst. De Saroleastraat groeide immers uit tot de belangrijkste verkeersader van Heerlen en daarmee van de Mijnstreek. 

Is dit voldoende om in het geval van het oude huis aan de Saroleastraat 33 te spreken van een ‘verborgen parel’? Is het cultuurhistorisch erfgoed dat behouden moet blijven? Zo ja, hoe gaan we het dan behouden, want in een museum kun je niet leven. En hoe zit het met die andere ‘parels’?

Laten we er in ieder geval van uitgaan dat degene die invloed hebben op het uiterlijk van het pand, het pareltje goed zullen ‘oppoetsen’ en dat ook de niet zichtbare cultuurhistorische kwaliteiten van Saroleastraat 33 bekend worden, zodat wij, de Heerlenaren, deze parel kunnen koesteren en er trots op zijn.

Een verborgen parel?

Is het pand Saroleastraat 33 cultuurhistorisch erfgoed en moet het behouden blijven?

Dit verhaal is nog in bewerking en zal later worden geplaatst.

Op reis met een ton

Ter herinnering aan twee Heerlense vatrollers

Het is zondag 3 september 1967, bijna kwart voor vijf ‘s middags. Op dat moment rijden de Zweden al bijna een hele dag rechts, is de Nederlandse voetbalklassieker Feijenoord - Ajax zojuist geëindigd in een 1-0 overwinning voor de Rotterdammers, douchet Willy Brokamp na zijn eerste wedstrijd als contractspeler voor MVV en eindigt op de Keulse Baan in Heerlen het laatste onderdeel van het wereldkampioenschap wielrennen: de wegwedstrijd voor de professionals.

Hellingen en Heëlesje Wink

De Wereldkampioen-schappen wielrennen 1967 in Heerlen en Voerendaal

Op 6 oktober 1955 viel de regen met bakken uit de lucht. De hemel boven Heerlen huilde. Tranen van vreugde mogen we aannemen, want op die dag stak de Heerlense wethouder en loco-burgemeester Schutgens de eerste spade in de grond voor de aanleg an een voorziening waarnaar heel Heerlen gedurende meer dan 35 jaar met smart had uitgekeken.

Heerlens grootste wens

Een tunnel aan de Willemstraat

In de Heerlense binnenstad is de laatste eeuw veel veranderd.Eén van de opmerkelijkste wijzigingen, zowel visueel als historisch, hield verband met de bouw van de eerste Hema-vestiging in het centrum.

Twee voor de prijs van één

De gezichtsbepalende geschiedenis van het eerste Heerlense Hema-gebouw

‘Heerlen krijgt de autorenbaan’, ‘Autocircuit in Heerlen’ en ‘K.N.A.C. koos Heerlen’, kopten de nationale kranten op 10 februari 1934. Het plan van de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (K.N.A.C.) om een automobielrenbaan aan te leggen waarop de Grote Prijs van Nederland kon worden verreden kon eindelijk worden uitgevoerd.

Heerlen krijgt een autorenbaan

Het nationale racecircuit was in 1938 op het Heerlense deel van de Brunssummerheide gepland.

In de Heerlense binnenstad is de laatste eeuw veel veranderd. Eén van de meest opmerkelijke wijzigingen, zowel visueel als historisch, hield verband met de aanleg van de spoorlijn tussen Sittard en Herzogenrath via Heerlen.

Heerlen krijgt spoor

Verbleekte 'gouden letteren in Heerlens historiebladen'.

Een monument voor burgemeester Van Grunsven, zo noemde de Limburgse Commissaris van de Koningin, dr. F. Houben, de nieuwe Heerlense schouwburg. Decennialang had de Heerlense burgervader Marcel van Grunsven plannen gemaakt voor een nieuw cultureel centrum in zijn stad. En nu, vlak voor het einde van zijn loopbaan, waren zijn plannen gerealiseerd.

Kroon op een carrière

50 jaar schouwburg aan het burgemeester Van Grunsvenplein

De Heerlense 'Venus', beter bekend als 'Morgenster', was lang zo mooi niet als haar Griekse naamgenote uit Milo. In haar jonge jaren vond men haar uiterlijk al armoedig en ook toen zij op leeftijd was kon zij maar weinigen bekoren. Slechts een enkeling liet een traan om de Morgenster, toen eind 1960 bleek dat zij spoedig uit het Heerlense stadsbeeld zou verdwijnen.

De Venus van Heerlen

De kolonie de Morgenster