top of page
Homepage modder.jpg

Janus-stad



Kent u de term ‘Januskop’ nog? Iemand of iets met twee tegenovergestelde kanten of eigenschappen. Naamgever is de Romeinse god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten, Janus. Het Latijnse woord voor deur/doorgang is ianua en ook de in de vroegste Romeinse geschiedenis nog naamloze periode tussen eind december en begin maart werd deels naar hem genoemd: Januari. De resterende dagen kregen de naam van Februus, god van de reiniging. In de laatste dagen van hun jaar maakten de Romeinen schoon schip, zodat ze het nieuwe jaar met een schone lei konden beginnen. Dit verklaart waarom Februari minder dagen heeft dan de andere maanden en in een schrikkeljaar die maand er een dag bij krijgt: het waren de ‘restdagen’ van het jaar.


Janus werd doorgaans met twee gezichten afgebeeld. De betekenis hiervan is zowel achterom- als vooruitkijkend in de tijd en in gedrag en eigenschappen een gespleten persoonlijkheid. Deze naam past dan ook uitstekend bij Parkstad: Janus-stad. Laten we eerlijk wezen. De meeste inwoners van onze regio vinden de naam Parkstad helemaal niets. We kunnen ons bij gebrek aan mijnen echter niet langer ‘Oude Mijnstreek’ noemen. (Groot-)Heerlen stuit op nog meer weerstand, alhoewel iedereen op zijn klompen aanvoelt dat Parkstad over 25 jaar één gemeente zal zijn. Omdat het geld oplevert werken de Parkstad-gemeenten wel samen, maar ieder vanuit zijn eigen belang. Hoe Janus-kopperig wilt u het hebben?


De grootste Parkstadgemeente, Heerlen, is zelfs in haar eentje uitermate geschikt als Janus-stad. Er zijn voorbeelden te over als bewijs. Neem het verschil tussen noord en zuid, een paar jaar geleden door het stadsbestuur onder leiding van de SP zelfs versterkt door de invulling van het nieuwe stationsgebied, dat we daarom misschien beter Januskwartier kunnen noemen. De grote hangende Maan-lamp brandt immers al jaren niet meer. Maar ja, die hangt dan ook aan de noordkant. En nu is dat bestuur, opnieuw onder aanvoering van de SP, een generatielang project gestart om de verdiepte kloof (deels) te dichten. Of het aanhoudende geweeklaag van de vooral 40+ Heerlenaren over al die mooie gesloopte gebouwen, terwijl het merendeel van de panden in de Heerlense binnenstad nog van voor de oorlog is. Daarnaast is er het voortdurend hinken op twee gedachten als het gaat om de vormgeving van het centrum en moet het onderwijs nu in of buiten het centrum? We zijn blij met de woonboulevard en kopen op het internet, maar ondertussen klagen we ook over leegstand in de oude winkelcentra. Hetzelfde geldt voor het kopen in de grote supermarkten en jammeren over de teloorgang van de zaterdagmarkt en het gebrek aan goede bakkers en slagers. Tot slot is er de steeds weer opduikende ‘hemelfietserij’, waarbij de onze banden steeds weer langzaam leeglopen waardoor uiteindelijk middelmatigheid het resultaat is, dat dan toch weer met veel bombarie wordt gepresenteerd (dit gedrag heeft ons ruim een eeuw geleden al de spotnaam ‘Winkbülle’ opgeleverd).


Heerlens nieuwste kiosk (foto: Danny van Ras)

De Heerlense hemelfietserij brengt mij bij het meest recente voorbeeld van onze ‘Januskopperigheid’: ‘de Zwevende Hemel’, de kiosk boven op het ‘reuzelinaire’ eet-etablisement d’r Woeësjkroam in de zuidwestelijke hoek van de Bongerd/het marktplein. De reden is dat ik merk dat ik hierbij zelf een Januskop heb. Is die ‘hemel’ nu een vlag op een modderschuit of camoufleert ze op een aardige manier de onderliggende ‘snackbardoos’? Zorgt ze voor meer leven in de brouwerij of wordt het een met gemeenschapsgeld aangelegd overdekt eetterras voor de een verdieping lager bereide etenswaren? (komt er straks ook een bel-liftje, zoals vroeger in ’t Duuvelke?) Waarom ben ik het niet eens met vastgoedman Van de Mortel als het gaat om de belemmering van het zicht van zijn TK Maxx-gebouw, maar vind ik dat wel voor de Nieuwe Stijl apotheek van Klijnen uit 1919? Ik denk Michel Huisman te kennen als een vrij compromisloze visionair die hart heeft voor de kwaliteit van de Heerlense binnenstad, maar mijn haren gaan overeind staan van dit door hem ontworpen naar commercie en effectbejag riekend platform. Tot slot vind ik de oude kiosk die vroeger in Heerlen stond mooi, maar wil ik niet dat hij terug komt. Ik heb liever helemaal geen kiosk.


Bongerd omstreeks 1921. Datering op basis van houten ombouw bij de ingang van cafe 'Limburgia' dat in 1921 werd geopend. Op de achtergrond is de muziekkiosk te zien. Bron: Heerlen in oude ansichten, (Zaltbommel 1969) 24.

Ja, want voor wie meende dat dit Pro-Promenade Podium iets nieuws in onze stad is en dat er in Heerlen alleen oude panden zijn verdwenen, heb ik een verrassing. Heerlen had voor de Tweede Wereldoorlog een meer klassieke muziekkiosk, waar regelmatig optredens waren en zogenaamde ‘volksconcerten’ werden gegeven, gratis optredens van de door de gemeente en/of de mijnondernemingen gesubsidieerde muziekensembles.

Tot de Eerste Wereldoorlog huurde Heerlen regelmatig de kiosk van de Hulsbergse fanfare Sint Caecilia, die in 1875 zo’n verrijdbaar podium had aangeschaft. Naar aanleiding van een vijftig jaar eerder gehouden grootschalige legeroefening met als zwaartepunten Heerlen en Valkenburg, meldde het `Limburgs Dagblad van 25 september 1951: ‘De volgende dag was een rustdag. In het kantonnement Heerlen was het een gezellige drukte. Geen mens dacht aan werken. Iedereen was bij de muziek van de stafmuziek die op de markt concerteerde. Om de kiosk was zeer veel publiek. (…)’. Of dit de Hulsbergse kiosk was is overigens niet met zekerheid te zeggen, maar het was wel zeker een gehuurde.

Op oude foto’s en ansichtkaarten van de Heerlens markt en de Bongerd (zoals de markt officieel heet) is pas vanaf 1921 regelmatig een muziekkiosk te zien. Alhoewel niet mobiel wordt hij wel twee keer verplaatst. Aanvankelijk staat hij aan de oostelijke rand van het marktplein, midden op het smalle deel van de Bongerd, voor Hotel-Restaurant Lunchroom ‘Maison Stienstra’ (gelegen aan de kant van de kerk, later bekend als ‘Hamburger Buffet’. Nu zijn er de kunstbloemenwinkel van Ans Douven en het Italiaans restaurant Cucina gevestigd, in een nieuw pand). Op de Limburgse Katholiekendag van mei 1921 houdt bisschop Schrijnen hier voor duizenden gelovigen een toespraak.


De muziekkiosk op het marktplein omstreeks 1925. Foto: Ron van Hoof

Links: een luchtfoto van het Heerlense centrum uit 1926. Op de bongerd/markt is de kiosk duidelijk te zien. Rechts de foto die voor verwarring zorgde (zie naschrift). Rechts is de 'nieuwbouw' van Vroom en Dreesmann nog net te zien. V&D opende daar in 1929 zijn deuren voor het kooplustige publiek.


Het toenemende verkeer in de Heerlense binnenstad zorgt er vermoedelijk voor dat de kiosk verhuist naar een plek verder op het marktplein. In 1926 staat de muziekkiosk in ieder geval op het brede gedeelte van de Bongerd tussen Hollenkamp en Vroom en Dreesmann (nu McDonalds en TK Maxx). Zes jaar later krijgt hij een plek in de noordoostelijke hoek van het marktplein, vlak voor het dan nieuwe pand van juwelier Vaessen. Van verplaatsen is nu geen sprake meer, aangezien in de Heerlense gemeenteraad wordt gevraagd om onder de kiosk openbare toiletten voor dames aan te leggen. Dat gebeurt niet. Wel worden er op den duur ondergrondse wc’s aangelegd op de plek waar de kiosk vandaan kwam. Die zijn pas vanaf 15 juni 1941 in gebruik.

In 1954 schaft de gemeente een mobiele kiosk aan. Of de oude dan al gesloopt heb ik niet kunnen achterhalen. Ik vermoed dat dit al in de oorlog is gebeurd. In 1964 is de verplaatsbare kiosk nog steeds in gebruik. Als Heerlen aankomstplaats is van de wielerkaravaan van Olympia’s Tour door Nederland staat hij … op de Bongerd. Wanneer de gemeente de mobiel kiosk van de hand heeft gedaan is mij onbekend.


Links: De Bongerd/het marktplein in 1933. Linksachter is de muziekkiosk te zien. Hij staat nu op het brede deel van het plein. Rechts: de aanleg (of is het de sloop) van de ondergrondse toiletten op de Bongerd. Bron: Lommers, Cor, Heerlen van dorp tot stad (Heerlen) resp. 48 en 22.


Sinds die tijd hebben er tijdens evenementen tal van podia op de Bongerd in Heerlen gestaan. En nu is er dan weer een permanente kiosk. Ik ben heel benieuwd of er vaak gebruik van gemaakt wordt en op welke manier. Zijn er overigens regels voor het gebruik? Mag je de mensen toespreken met een geluidsversterker, zoals een megafoon? Kun je eindeloos in ‘de hemel’ blijven of moet je een tijdsslot reserveren, en zo ja bij wie? Is het net als in de ‘echte’ hemel, dat wil zeggen heb je daar ook geen bier? Mag dit stadspodium ook voor politieke campagnes worden gebruikt? Mag je een ‘slecht optreden’ wegjagen met rot fruit of mayonaiseklodders en vette hap uit de Woeësjkroam? De tijd zal het leren. Ik ga vandaag in ieder geval voor de zekerheid kijken of iemand er een nieuwjaarstoespraak houdt.


Marcel J.M. Put



Naschrift: Omdat het om de kiosk op de Heerlense Bongerd gaat heb ik de kiosken in het Aambos (1920-1970) en die in Hoensbroek (jaartallen mij onbekend) buiten beschouwing gelaten. Daarnaast werd mijn onderzoek bemoeilijkt door een verkeerd gedateerde foto. De onvolprezen en doorgaans betrouwbare Jan Engelen heeft in zijn laatste fotoboek Heerlen Parkstad, kleurrijk verleden in zwart-wit de foto van de markt met kiosk op bladzijde 63 op 1918 gedateerd. Rechts op de foto is echter nog net het pand van Vroom & Dreesmann te zien (nu TK Maxx). Pas in 1922 was er sprake van dat V&D naar Heerlen zou komen en het pand werd pas in 1929 geopend. De betreffende foto is dus vermoedelijk tussen 1928/29 en 1932 genomen.

64 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page