Homepage modder.jpg

Geheugenverlies



Ik heb slecht nieuws voor u, dus ik val maar met de deur in huis: u lijdt aan geheugenverlies. In zeer ernstige mate. Wist u dat niet? Nou, dat geeft aan hoe ernstig het is. Ik schijn er overigens ook last van te hebben. Maar er is nu gelukkig een oplossing: het Nederlands Mijnmuseum. Dat beweert tenminste Armand Leenaers in De Limburger van zaterdag 21 mei. Is de heer Leenaers een arts, die ons allen heeft onderzocht zonder dat wij er weet van hadden? Nee, de heer Leenaers is een historicus en publicist. Hij is afkomstig uit Heerlen, maar heeft de stad verlaten toen het hier allemaal te grauw werd. Nu hij terug is, constateert hij dat wij onze geschiedenis, of beter gezegd ons mijnverleden, zijn vergeten. Er is immers nog zo weinig van te zien en niemand vertelt er meer over. Daarom is hij blij dat er nu eindelijk een volwaardig mijnmuseum is. Zo kan ons geheugen weer worden opgefrist.


Dat we nauwelijks iets weten van het mijnverleden schrijft ook SP-coryfee en huidige baas van de Alliantie Heerlen-Noord Ron Meyer. In zijn boek ‘De Onmisbaren’ deelt hij met ons over zijn jonge jaren in Zeswegen, waar de straatnamen verband houden met het mijnverleden: ‘En toch leren we weinig over wat die namen en verwijzingen betekenen, we leren vrijwel niets over onze arbeidersgeschiedenis. Ze was er wel, maar ze mocht er niet meer echt zijn. En dat is geen toeval.’ (blz. 78) Als dat zo was, rijst de vraag: waar haalde hij dan al die informatie over het mijnverleden vandaan? Curieus.



De vrouw wiens boek de heer Meyer erg bewondert, Marcia Luyten, heeft dezelfde ervaring. Ze groeide op in Wijnandsrade en ging in Hoensbroek naar de middelbare school. Niks gezien, niks gehoord, niks geleerd schrijft ze in Het geluk van Limburg. Volgens haar logisch want, ik citeer: ‘de elite wilde deze geschiedenis vergeten, haar overschrijven.’ (blz. 9 en 10). Ze heeft zelf uitgezocht hoe het nu met die mijnen zat en daar een boek over geschreven, voor ons, de mensen die door de elite onwetend werden gehouden: Het Geluk van Limburg. Met 50.000 verkochte exemplaren een echte besteller.


Met haar boek laat mevrouw Luyten zien dat zij in ieder geval niet aan geheugenverlies lijdt. Dat vindt althans de heer Leenaers. Het leuke is nu dat hieruit blijkt dat de heer Leenaers zelf met geheugenverlies kampt. Bovendien in een vorm die veel ernstiger is dan de vorm die hij bij u en mij heeft geconstateerd. Hij blijkt zijn hele opleiding als historicus te zijn vergeten. Daarin draait het namelijk om betrouwbare en controleerbare bronnen. Maar hij gelooft zonder voorbehoud alles wat mevrouw Luyten schrijft. Zelfs als er geen bewijzen zijn. Als zij schrijft dat die en die dat en dat heeft gezegd, dan is dat voor hem zo. Zijn zij met elkaar getrouwd? Ik geloof mijn vrouw namelijk ook altijd.



Ik denk dat we het erover eens zijn dat het goed is dat er eindelijk een uitbreiding van het mijnmuseum is. Wat daarin wordt getoond zal onze herinneringen ongetwijfeld opfrissen en aanvullen. Niet u en ik lijden aan geheugenverlies, maar zij die beweren dat wij de mijngeschiedenis zijn vergeten. Zij zijn de ‘verlossers’ die ons weer met dat zogenaamde ‘vergeten verleden’ in contact brengen.


Voordat de beweringen van deze ‘verlossers’ in druk verschenen, was het Mijnjaar 2015 al bijna afgelopen. Aan de activiteiten in dat jaar werd veel publiciteit gegeven en evenementen trokken veel publiek. Ruim veertig jaar daarvoor, al voordat de laatste steenkool naar boven werd gehaald, werd er volop geschreven en gesproken over de Limburgse steenkolenmijnbouw. En dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven. Verhalen binnen families, proefschriften, fotoboeken, romans, monografieën, facebookgroepen, liedjes, toneelstukken, artikelen in (historische) tijdschriften en tijdschriften over de regio en zelfs specifiek over de mijnbouw. Laatstgenoemde, de reeks ‘Weet je nog koempel’ staat in vele Limburgse huishoudens in de kast. En dan heb ik het nog niet over lezingen, speciale studiedagen of onderwijsprojecten zoals van oud-collega Nico Zijlstra, die leerlingen oud-mijnwerkers liet interviewen of de jaarlijkse werkweken van mijn aardrijkskunde collega Eric Schneiders en ikzelf, waarbij 4 vwo-leerlingen adviezen gaven voor het nieuw te realiseren Mijnmuseum. Van hun presentaties namen vertegenwoordigers van het museum kennis en werd verslag gedaan in de krant.



Wie dit allemaal ontkent door te beweren dat u en ik aan een soort geheugenverlies lijden, was tot voor kort niet echt in het mijnverleden geïnteresseerd, heeft onder een steen geleefd of wil mooie sier maken door te doen alsof hij/zij een ernstig probleem heeft ontdekt en ons de oplossing daarvoor aanreikt.


Het is geweldig dat er nu eindelijk een groter mijnmuseum is dat wordt gesteund door de overheid, zowel gemeentelijk als provinciaal en tal van particulieren. Deze nieuwe organisatie kan ons mijnverleden nog beter laten zien, onderzoeken en onderwijzen. Maar stop met het verkondigen van de flauwekul alsof wij dit verleden zijn vergeten. Dat is niet alleen een pertinente leugen maar ook belediging aan al die mensen die dit verleden al jarenlang uitdragen, in familiaire of in bredere kring. Blijkbaar lang voordat mevrouw Luyten, de heer Meyer en nu dus ook de heer Leenaers ontdekten dat dit mijnverleden bestond. Die hebben dus nog wat in te halen.

… en voor de rest hoop ik dat de bontjas van het Nederlands Mijnmuseum zo snel mogelijk door motten helemaal wordt weggevreten,



Glück Auf

en

Blieëf grave!

Blijf graven!



Marcel J.M. Put













210 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Grel

Er is niks