top of page
Homepage modder.jpg
  • ouweleem

Een probleem verpakt als oplossing


Het is 6 uur ’s morgens, vrijdag 16 december. Ik zit aan mijn laptop met een kop koffie. Buiten is het min 21 en er ligt meer dan 10 centimeter sneeuw. Nee, niet in Heerlen. Ik ben in Köping, Zweden. Het internet is mijn navelstreng met Nederland. Die voedingslijn brengt mij op dit vroege tijdstip de kranten. Ik begin met De Limburger. Zoals altijd eerst de columns op pagina 2 en 3. Vandaag Frans Pollux over de corruptie in het Europees bestuur en Gerard Kessels over een in zijn ogen schitterende Lionel Messi.


Dan het hoofdgerecht: het regionale nieuws. Een oude SRV-bus is omgebouwd tot een mobiele ontmoetingsplek, de Hoi Heerlen Bus. Een geweldig initiatief. En er is behoefte aan. Dit lezend vraag ik me af of dit ook geldt voor de website Ouwe Leem? Voor mijn historische stukjes en mijn blog met mijn zienswijze op de geschiedenis en de toekomst van Heerlen? Ikzelf heb in ieder geval de behoefte om er over te schrijven. Ik heb plezier in het onderzoek en het delen van mijn bevindingen en ideeën. Bovendien vind ik dat er te weinig echte burgerinspraak en -participatie is, het verleden te vaak wordt vervormd of gemanipuleerd, onze bestuurders niet altijd kritisch genoeg zijn en onze ambtenaren soms deskundigheid missen. Daar wil ik de vinger op leggen. De luis in de pels zijn. Ik bijt zodat mensen zich gaan krabben, dat wil zeggen: gaan nadenken, zodat we niet blind meegaan in het halleluja geroep van mensen die naast het belang van een leefbare stad (ook) andere belangen hebben, meestal politiek, ideëel of financieel.


Ondertussen is mijn oog gevallen op een andere krantenkop: ‘Pijnlijke scheiding Heerlen’. Ik denk meteen aan de kloof tussen Heerlen-Noord en Heerlen Centrum/Zuid. Maar deze belangrijkste scheiding der scheidingen in onze gemeente wordt niet bedoeld. De titel gaat namelijk verder met ‘van het landschap moet gerepareerd’. Het artikel behandelt de Peutz-lezing, onlangs gehouden door de Rotterdamse landschapsarchitect Adriaan Geuze. Hij betoogde dat de industriële mijnbouw Heerlen heeft afgesloten van het historische landschap, waarmee het dorp eens verbonden was, te weten het Heuvelland. Natuurlijk kwam hij ook met een oplossing.


Ik ben geen landschapsarchitect, maar wel Heerlenaar, historicus en wandelaar. Heeft de heer Geuze al eens langs de lijnen gelopen die hij beschrijft? Weet hij waar de mijnzetels lagen? Wat hij namelijk over de oorzaak van de vermeende afsnijding beweert is klinkklare onzin. De snelwegen die de scheiding tussen tussen Heerlen en het Heuvelland markeren, kwamen er pas in de jaren zestig en zeventig. Toen waren enkele mijnen al dicht en zou de rest snel volgen. Daarnaast vormen de Valkenburgerweg, de Heerlerweg, het Barrier en de Heek al eeuwenlang de hoofdverbinding van Heerlen via Voerendaal en Klimmen met Valkenburg. Ze zijn goed toegankelijk en worden veel gebruikt. Meer naar het zuiden is er de Daelsweg naar Ubachsberg waarvoor hetzelfde geldt en in het begin van de ‘Mijnperiode’ kwam er een treinverbinding over Voerendaal, Klimmen en Schin op Geul naar Valkenburg. Hoezo door de mijnen afgesloten van het Heuvelland? Wat bedoelt Geuze overigens met ‘historisch landschap’? Ik heb geen idee. Al helemaal niet omdat hij dit plaatst tegenover de Brunsummerheide, die er toch ook al eeuwen ligt. Is zij dan geen historisch landschap?


Ik wandel veel en doe dat het liefst van huis uit, dat is vanuit Schandelen. Niet alleen naar de Brunssummerheide zoals Geuze veronderstelt, maar ook richting het Heuvelland. Via Terworm, de Valkenburgerweg, de Daelsweg of Imstenrade geraak ik daar gemakkelijk. Misschien niet tot in het hart, maar wel in de rand ervan. Wil ik verder dan neem ik de bus naar Gulpen of de trein naar Valkenburg. Als ik een auto had, zouden de keuzemogelijkheden nog veel groter zijn. Kortom, volgens mij bestaat het probleem dat Geuze schetst helemaal niet. Waar het wel aan ontbreekt is dat de verbindingen met het Heuvelland niet overduidelijk zichtbaar zijn. Gaat het Geuze daarom? Maar is dat wat Heerlen nodig heeft? De megalomane voorstellen van Geuze om de route naar het Heuvelland explicieter te markeren? Een bomenlaan, een allee met de allure van Versailles; enorme als een toren van mijnwagens, een mijnlamp of kanariekooi vermomde fallussymbolen, die schreeuwend verwijzen naar het mijnverleden; klinkers op de route naar Voerendaal? Mijn antwoord daarop is NEE! Er is op dit moment maar één scheiding die er in Heerlen toe doet en waar onze aandacht en middelen naar toe moeten en dat is de scheiding tussen Noord en Zuid, dat wil zeggen het opheffen ervan. Een ondergronds spoor met daarop een ‘groene loper’ zoals Geuze die in Maastricht heeft gemaakt, was in ieder geval een mooie oplossing voor de fysieke scheiding geweest. De bouw van het Maankwartier is in dezen een gemiste kans. Het bevestigt de tweedeling alleen maar. Ik heb het al vaker geschreven. Wie mij niet gelooft, nodig ik (opnieuw) uit aan de Noordkant van het Maankwartier te gaan staan, ernaar te kijken en zich af te vragen of hij zich met de andere kant verbonden voelt.


Ben ik tegen grootse plannen, tegen dromen over een mooiere en betere wereld, te beginnen met een geweldig Heerlen? Helemaal niet. Ik maak en droom ze geregeld zelf. Het gevaar van de door mensen als Geuze gepresenteerde overbodige ‘hemelfietserij’ is echter dat bestuurders en aanverwanten dit serieus nemen. Voordat we het weten heeft de heer Geuze een opdracht om de mogelijkheid van zijn ‘oplossing’ voor het niet bestaande probleem uit te werken tegen een uurvergoeding waarvan een gezin in Heerlen Noord een maand zijn energierekening kan betalen. Natuurlijk wil ons bestuur het beste voor de stad, maar het wil ook zijn stempel drukken. Dat geldt ongetwijfeld ook voor de SP, die al enige jaren de scepter zwaait in onze stad. In Heerlen loop je dan al snel het risico dat het uiteindelijk toch groots en meeslepend moet zijn, vaak zelfs iets te groot en te meeslepend.


Heerlen is op de goede weg. Anderen zien dat ook. Sommigen willen hun steentje bijdragen, een ander deel ziet Heerlens streven als een kans, een verdienmodel. Niet zo zeer voor de gemeenschap van Heerlen, maar voor hen zelf. Voor die laatste groep moeten we waken.


… en verder hoop ik dat de bontjas in het Nederlands Mijnmuseum zo snel mogelijk helemaal door de motten wordt opgevreten.


Marcel J.M. Put

175 weergaven3 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page