Homepage modder.jpg

24 februari 2022

Waar_2022_12_05_Romeinse_Zuil_D.JPG

Aanwijzing 1: Voor dit detail hoef je voor de verandering eens niet omhoog te kijken.
Aanwijzing 2: Het is een verjaardagscadeau.

24 februari 2022

I-a, I-a,

Eigenlijk moet ik deze bijdrage in het ‘Heëlesj plat’ schrijven. Of ut ken ook dat ik het doe neersjrijve in het Algemeen Beschaafd Heerlens van Demi-Sec en Leonie Cornips. Mèr dan ben ik veel tse lang bezig met opzoeke, weil ik die tale niet zo goed doe kenne. Bovendien spreken veel Heerlenaren wel dialekt, maar is het lezen ervan voor de meesten toch lastig.

Ik was blij met de vele reacties (op Facebook). Wat blijkt: Heerlenaren zijn echte dierenliefhebbers, of zou hun genegenheid alleen de ezel geleden? Want het was inderdaad de hoef van de ezel op het Pancratiusplein. D’r lachende Eëzel is het symbool van de Heerlense carnaval en was een cadeau van de Junior Kamer Land van Herle. Zij feliciteerde de Heëlesje vasteloaves Verein De Winkbülle met haar 44-jarig bestaan en gaf tevens een jonge, nog onbekende kunstenaar uit de regio een kans zijn kennis en kunde te tonen. Die kunstenaar die dit typisch Heerlense standbeeld maakte was Cyriel Laudy. Een op de Heëlesje Wink zwevende lachende ezel. Deze grote ezel was en is er voor iedereen. Er werden ook 250 kleine, genummerde replica’s verkocht (voor 330 gulden, dat is zo’n kleine 300 euro anno 2022)
Hoe de Winkbülle aan de ezel komen is doorgaans bekend: de Heerlense carnavalsvereniging is ontstaan uit de Rij- en Jachtvereniging Heerlen. Aangezien met carnaval alles wordt omgedraaid werd het edele ros een ezel, natuurlijk lachend omdat hij met vasteloavend ‘veul sjpass’ heeft. Cor Driessen was de man die in 1947 de lachende ezel zijn gezicht gaf.

Archaeological_site_of_the_Thermenmuseum,_Heerlen_01.jpeg
23 februari 1992. Met ferm kanongeschut onthulden burgemeester Piet van zeil en Winkbülleprins Max I het beeld van D'r Lachende Eëzel op het Heerlense Emmaplein (nu Pancratiusplein). Links op de voorgrond de maker van het beeld Cyriel Laudy. (foto: Dries Linssen)

De ezel is sindsdien op tal van manieren in de Heëlesje Vasteloavend opgedoken. Aanvankelijk werd de nieuwe prins met bedekt gezicht op een echte ezel de feestzaal binnengereden, waarna de onthulling plaatsvond. In 1951 was de prins, in de krant voortdurend Lei II genoemd, maar in de annalen van de Winkbülle nu Leon I, zo groot en stevig gebouwd dat het ezeltje bijna onder de last bezweek.
De eretekenen van de Winkbülle zijn ezelsordes. Aanvankelijk nog gewoon ‘de orde van de ezel met een zilveren of gouden staart’, maar tegenwoordig is het de ‘Groeëtorde va d’r Lachende Eëzel i good of i zilver’. Normaal gesproken wordt iemand gedecoreerd vanwege zijn of haar verdiensten voor het carnavalfeest. In 1962 werd daarop een uitzondering gemaakt. Live op de nationale televisie verantwoordde Wiel Knipa de keuze. Omdat ‘zij zo’n ontzettend charmante figuur, de sleutel tot het hart van het hele Nederlandse volk en het symbool van deze actie is en om te bewijzen dat wij, Limburgers, een goede smaak hebben niet alleen wat bier betreft, maar ook met betrekking tot vrouwelijk schoon!’ De ontvangster was Mies Bouwman, de presentatrice van de actie Open het Dorp, waarmee geld werd ingezameld voor de bouw van een woonplek voor zwaar lichamelijk gehandicapten. De Winkbülle waren naar het RAI-gebouw in Amsterdam gereisd om 111, 11 gulden te doneren (zo’n 350 euro anno 2022). Ze kreeg ook nog drie zoenen van Prins Peter I (Oostwegel), waarna Mies enigszins beduusd zei dat de Limburgers ‘een wonderlijk volk van lieve gedachten en goede gaven’ waren. Vervolgens kreeg Wiel Knipa de hele zaal zover het Limburgs volkslied te zingen of te klappen.
De ezel werd ook twee keer bezongen. In het seizoen 1999/2000 schreven Cecile van Loon jr. en Peter Bartholomé de schlager Ieëwig ozze Ezel. Enkele jaren daarvoor werd er tijdens vasteloavend flink gebalkt in Sjpassemig. De Klumpkes Blumkes zongen het lied van Tina Pasmans-Vaessen ‘I-a, I-a, doa kumt d’r eazel aa’.
Bij de opening van het carnavalsseizoen, anno 2022 ‘oad op neuj’ genoemd, speelde de ezel ook vaker een hoofdrol. In 1960 werd ‘d’r Winkbül opgeloate’. Net als nu in Schinveld op Aswoensdag met de Hoej-Hoej-geit gebeurt, lieten de Winkbülle op 11 november een ezeltje aan een aantal ‘winkbülle’ (ballonnen) de lucht in gaan, terwijl door de aanwezigen de carnavalsgroet werd gebracht. In de jaren tachtig ontstond de traditie om op 11 november het carnavalsseizoen te openen met het eëzel trekke, eëzel aafsjeete, eëzel ophange of eëzel op loate bij of aan de Schelmentoren. De grote, platte lachende ezel werd tegen de muur van de toren bevestigd ten teken dat carnaval was begonnen. De verschillende benamingen voor deze belangrijke activiteit zijn waarschijnlijk illustratief voor het feit dat eigenlijk niemand precies wist wat ze aan het doen waren. Een veel voorkomend fenomeen met carnaval. Het meest komische aan de nieuwe traditie deed zich voor nog voordat de ezel nog maar in de buurt was van de Schelmentoren. De maker, Leo Keularts, vervaardigde een prachtige ezel van hout, etalagebord en doek in de woonkamer van zijn flat. Hij hield er echter geen rekening mee dat het carnavalsbeest te groot was om door de deur naar buiten te kunnen. De brandweer moest eraan te pas komen om de Heerlense Vasteloavends mascotte van vierhoog naar beneden te brengen. Het Limburgs Dagblad eindigde het bericht hierover dan ook met de vraag: ‘wie is de echte ezel?’
Dat is een vraag die bij meerdere Vasteloaves Verhoale past. Daarover een andere keer meer.

(de teksten van de genoemde vind je op: http://www.limburgzingt.nl/heerl-hk.htm#189 )

DSC_0163.JPG
Links: de ezel die de Winkbülle bij hun 11-jarig jubileum cadeau kregen van de Heerlense burgerij (zie verhaal Vermist in Heerlen in het blog van 22 januari) (foto: Van Dorp tot Stad. Fotografische Herinneringen, Heerlen z.j., 40.). Hieronder: d'r eëzel op carnavals-parafarnalia van de Winkbülle. Links en rechts twee vaantjes die werden uitgegeven aan de deelnemers van de optocht; de jubileummedaille van de Winkbülle 3 x 11 (uitgereikt aan mijn vader Leo Put, president van C.V. de Paljassen, Schandelen); een ezeltje (uit de collectie carnavalsspullen van mijn vader; herkomst onbekend, maar vermoedelijk van de Winkbülle - hierover heb ik graag meerinformatie!); Winkbülle-medaille van prins Carol I (aan mij uitgereikt toen ik jubileumprins was bij C.V. de Paljassen, 1986); medaille van de Heerlense Carnavalsfederatie met de symbolen van alle Heerlense carnavalsverenigingen. De Winkbülle-ezel bovenaan. (uitgereikt aan mijn vader voor zijn verdiensten voor het carnaval in Heerlen, ik meen in 1986).
DSC_0164.JPG