Homepage modder.jpg

12 april 2022

Waar_2022_12_05_Romeinse_Zuil_D.JPG

Aanwijzing 1: Met name Kerkradenaren hebben een haat-liefde verhouding met deze plaats.
Aanwijzing 2: Vroeger ging het er om alfa, nu is het meer omega.

12 april 2022

Foto: Harry Prenger

Hoera, het is Heerlen

Bij een groot aantal Kerkradenaren staat in het paspoort ‘geboorteplaats Heerlen’. Ze zijn natuurlijk blij gezond ter wereld te zijn gekomen, maar dat dit uitgerekend in de Heerlense vroedvrouwenschool gebeurde is soms pijnlijk. Het opleidingsinstituut voor verloskundigen is eind vorige eeuw al naar Maastricht verhuisd. Baby’s worden er niet meer geboren. Nu is het complex in gebruik als verzorgings- en hersteloord voor ouderen. Lag eerst de nadruk op het begin van het leven, nu wonen er mensen die aan de laatste jaren van hun leven bezig zijn. Dat doen ze hoog boven de stad, op de Hooghees. De oude functie van het complex is nog te zien aan het reliëf boven de hoofdingang: een vroedvrouw die een kraamvrouw helpt met haar pasgeborene. Dit is in kort bestek de informatie die bij de aanwijzingen hoort, aanwijzingen die wijzen op de vroedvrouwenschool.
Dit opleidingsinstituut bestond sinds 1912 en droeg vanaf 30 juni 1913 de naam van Wilhelminaschool. Twee dagen daarvoor bezocht koningin Wilhelmina het Limburgse Vroedvrouwenschool aan de Heerlense Akerstraat. De stichting ervan was mogelijk doordat Wilhelmina het geld dat de Limburgers bij de geboorte van prinses Juliana in 1909 aan haar hadden geschonken (9.357 gulden, anno 2021 bijna 120.000 euro) voor de school bestemde. Vermoedelijk kwam zij op bezoek omdat zij wilde weten wat er met dat geld was gebeurd.

Omstreeks 1900 was er een groot tekort aan vroedvrouwen in Limburg en Noord-Brabrant. Redenen waren de geringe betaling en het feit dat de enige twee vroedvrouwenopleidingen, die te Amsterdam en Rotterdam, niet katholiek waren. Ongeveer 1/3 van de Limburgse en Brabantse vrouwen bracht haar kind zonder verloskundige hulp ter wereld. Dientengevolge was de zuigelingensterfte in de beide zuidelijke provincies niet alleen hoger dan in de rest van het land, maar nam zij ook toe, in tegenstelling tot de nationale trend.
De minister wilde geen 3e Rijksschool voor de opleiding van vroedvrouwen. Wel was hij bereid enige financiële steun te geven aan een particulier initiatief. Dat kwam er. De voorzitter van het Limburgs Ondersteuningsfonds, jhr. mr. Charles Ruys de Beerenbrouck, vond de gemeente Maastricht bereid een terrein beschikbaar te stellen en financiële steun te geven. Het fonds was kort daarvoor opgericht om een verzekering te bieden tegen ‘geldelijke gevolgen van ziekte, kraam en overlijden’.
Op 30 april 1909 (!) richtte Ruys de Beerenbrouck de ‘Vereeniging Kweekschool voor Vroedvrouwen te Maastricht’ op en werd zelf voorzitter. Anderhalf jaar later bleek de Maastrichtse gemeenteraad minder vrijgevig. Een meerderheid zag het belang van een vroedvrouwenopleiding voor de stad niet en wilde het initiatief slechts in zeer beperkte mate ondersteunen.
Heerlen, dat door de kantonrechter jhr. Van der Maesen de Sombreff en dokter F. de Wever in het fonds waren vertegenwoordigd en dus op de hoogte was van de ontwikkelingen, zag zijn kans. Rector Driessen van het St. Joseph-gesticht (het ziekenhuis waar De Wever arts was) liet de burgemeester weten dat hij de school wel wilde bouwen en exploiteren. En dat gebeurde. Er vonden wat omzettingen plaats in het bestuur, de subsidies werden omgezet en de architect Jan Stuyt kreeg opdracht en ontwerp te maken zodat snel met de bouw kon worden begonnen. Zo verrees naast het St. Jozefziekenhuis, op de hoek van de Akerstraat en Putgraaf, een schoolgebouw voor de vroedvrouwen. De lessen starten in oktober 1912 nog in het sanatorium in Heerlen. In februari 1913 werd verhuisd naar het nieuwe pand. Aan het eind van het eerste cursusjaar kwam hare majesteit op bezoek.

Archaeological_site_of_the_Thermenmuseum,_Heerlen_01.jpeg
Luchtfoto van het Hooghees-complex omstreeks 1930. (foto: Rijckheyt)

Nog geen zeven jaar later reisde koningin Wilhelmina opnieuw naar Heerlen. Deze keer niet om te zien hoe haar school erbij lag en hoe het onderwijs er vorderde, maar om weer een nieuw begin te maken. De kweekschool voor vroedvrouwen aan de Akerstraat was al te klein. Bovendien wilde de geneesheer-directeur dr. Clemens Meulemans naast de school met bijbehorende vrouwenkliniek ook een apart doorgangshuis voor ongehuwde moeders en een zuigelingenkliniek. Architect Stuyt had uitgerekend dat daarvoor een terrein van zo’n 13 hectare (26 voetbalvelden) nodig zou zijn. Maastricht en Sittard roken hun kans om de grotere vroedvrouwenschool binnen hun grenzen te halen, maar slaagden daar niet in.
Het nieuwe complex zou verrijzen op de Heerlense Hooghees. Het was duidelijk wie de eerste steen zou leggen. Het probleem was dat Wilhelmina niet veel op had met de rooms-katholieke kerk en haar rituelen. Zij verdacht katholieken ervan op de eerste plaats loyaal aan de paus te zijn, dan pas aan Nederland en aan haar. Zij wilde dan ook niet bij de zegening van de steen door de bisschop aanwezig zijn. Ook hield ze niet van al te veel poespas, zoals een verzilverde troffel met inscriptie, die bij dit soort gelegenheden gebruikelijk was. Het compromis was dat de vorstin pas ’s middags met de trein in Heerlen zou aankomen. Met de auto werd het koninklijk gezelschap naar de Hooghees gebracht. En zo geschiedde.
Op 25 september 1920 legde koningin Wilhelmina officieel de eerste steen voor de nieuwbouw van de Limburgse Vroedvrouwenschool. Zij deed dat in gezelschap van Ruys de Beerenbrouck (inmiddels minister-president), minister Aalberse (tevens vriend van dr. Meulemans), monseigneur Schrijnen (bisschop van Roermond), de monseigneurs Nolens en Poels, de directie van de Staasmijnen en maar liefst zo’n 130 burgemeesters. Naast een nieuw begin voor de kraamzorg in katholiek Nederland (en later ook in de missie) was het ook een bijeenkomst waar, zo vlak na de Eerste Wereldoorlog, door de Limburgers nationale trots en aanhankelijkheid aan hare majesteit en de Oranjes werd getoond.

Deze informatie is afkomstig uit ‘Vroedvrouwenschool. 100 jaar Moederschapszorg in Limburg, Jamar, J. (red.) (2009 uitgeverij Verloren Hilversum).
Het boek is nog steeds te koop. In dit boek vindt u een nog veel uitgebreidere beschrijving van de perikelen rond de stichting van de vroedvrouwenschool, de gebouwen, de katholieke identiteit van de kliniek en de opleiding.

DSC_0163.JPG
Links: Herinneringsprent uitgegeven t.g.v. de eerste steenlegging van de Vroedvrouwenschool de Hooghees door koningin Wilhelmina. (foto: Sociaal Historisch Centrum Limburg)
Hieronder: Luchtfoto van de Vroedvrouwenschool, kliniek, economiegebouwen en directeurswoning. Rood omlijnd de delen van het complex die in 1999 zijn gesloopt en vervangen zijn door nieuwbouw. (foto: Geert Luykx)
DSC_0164.JPG