Homepage modder.jpg

10 maart 2022

Waar_2022_12_05_Romeinse_Zuil_D.JPG

Aanwijzing 1: Vroeger in het middelpunt van drukte, nu in stilte, vrijwel vergeten.
Aanwijzing 2: Zij is één van de zes.

10 maart 2022

Vrouw in Beeld

Boven aan de trap, aan de noordzijde van onze geliefde en gevreesde, beruchte en beroemde, verguisde en nu (gelukkig?) ook verdwenen stationstunnel daar stond ze: de Reizigster. Het bronzen beeld geplaatst in 1984, is een werk van Hans Bayens, schilder, beeldhouwer en boekbandontwerper. Hij schilderde portretten van oud-minister-president Willem Drees en van de cabaretier Wim Kan, en maakte beelden van de schrijvers Multatuli, Theo Thijssen en Herman Gorter, van de opsteller van onze huidige grondwet Johan Rudolf Thorbecke en van de Amsterdamse volkszanger Willy Alberti. Het is dus geen ‘kleine jongen’ in de Nederlandse kunstwereld. Opvallend is dat in het overzicht van zijn werk de Heerlense Reizigster ontbreekt. Omdat het om een vrouw gaat? Nee, zo erg is het niet. Bayens heeft ook een aantal andere vrouwenbeelden gemaakt, vooral ‘moeders’, die wel worden genoemd. Het is waarschijnlijk omdat zijn 'Reizigster' nu vrijwel onzichtbaar is, zelfs voor de meeste Heerlenaren.
Die ‘onzichtbaarheid’ geldt voor vrouwen in het algemeen als we spreken over de openbare ruimte. Van de ruim 500 straatnamen in Parkstad die genoemd zijn naar een persoon, dragen er 23 de naam van een vrouw. De overige dragen mannennamen. Hoe zit dat met de beelden?

Archaeological_site_of_the_Thermenmuseum,_Heerlen_01.jpeg
Links de Heerlense stationstunnel die in de jaren tachtig en negentig in heel Nederland beroemd en berucht was. Rechts burgemeester Reijnen speecht vlak na de onthulling van het beeld ‘de Reizigster’, op 2 november 1984.

Er zijn in onze van oudsher katholieke gemeente en regio veel religieuze beelden, waaronder veel ‘vrouwelijke’. Die betreffen echter slechts enkele personen, met name Maria en Barbara. Hoeveel dit er zijn is mij onbekend (is er een inventarisatie gemaakt?), maar ik denk dat hun aantal kleiner is dan het aantal beelden (inclusief de crucifixen) die er van Jezus zijn. Dus als we deze beelden buiten beschouwing laten, hoe ziet de verhouding mannen- en vrouwenbeelden er dan uit?
In de lijst van kunstwerken in de openbare ruimte van de gemeente Heerlen van 2021 staan 104 creaties. Een derde daarvan, 33 kunstwerken, valt in de categorie man of vrouw. Er staan 14 religieuze beelden op en 10 dieren, waarvan 1 met een man (‘Jonas en de Walvis’) en 1 met een vrouw (en geloof het of niet maar dat beeld heet ‘Naakt met poes’). Bijna de helft van de kunstwerken (49 stuks) stellen geen levend wezen voor of zijn abstract. Tellen we ‘Jonas’ en het ‘Naakt’ mee dan zijn er 23 mannelijke beelden en 7 vrouwelijke, waarvan bij de laatste ook een zeemeermin is meegeteld. Er is een beeld van een man en een vrouw samen (of zijn het een jongen en een meisje?). Co-educatie is de naam en het staat bij het Grotiuscollege aan de Akerstraat. Opvallend is dat de man staat en de vrouw zit. En dan is er nog het beeld ‘De Mens’. Het staat wel op de lijst, maar schijnt na renovatie van het Gebrookerplein niet te zijn terug geplaatst. (ik heb dat niet gecontroleerd, MP)
De conclusie is dat er dus meer beelden van dieren in Heerlen staan dan van vrouwen. Acht tegen zeven, waarvan een van die zeven, de zeemeermin, eigenlijk ook een half dier is. De verhouding van de vrouwenbeelden tot de mannelijke is 1 op 4 (6 vrouwenbeelden tegenover 23 mannen). In vergelijking tot de verhouding in straatnamen heel erg gunstig, maar natuurlijk niet om over naar huis te schrijven. Als het gaat om echte mensen is die verhouding slechts iets meer in evenwicht, als het tenminste om aantallen gaat. Van de mannelijke beelden zijn er drie personen die een beeld hebben: de monseigneurs Peter Jozef Savelberg en Henri Poels en mijndirecteur Cornelis Raedts. De overige mannenbeelden zijn anonieme beelden zoals de mijnwerker, de zaaier, de bokkenrijder etc. ‘Ut Roeëd Truud is de enige levensechte vrouw die ons straatbeeld siert (Maria Geertruid Lempers-Jacobs, 1863-1948). Dus één volksvrouw en drie ‘hoge heren’. Zegt dat nog iets over de positie van de vrouw en haar ‘zichtbaarheid’?

DSC_0163.JPG
Links: Co-educatie (Henk Dannenburg, 1963) en Zeemeermin (Cor van Noorden, 1964)
Hieronder, met de klok mee: ’t Roeëd Truud (Vera van Hasselt, 1978), Jubelpfanne (Christel Lechner, 2008), de Duikster (Theo Lenartz, 2009), Naakt met poes (Teun Roosenburg, 1995 - met excuses voor de ongelukkige belichting. Dan schijnt de zon eindelijk en dan ...) en ’t Keppe An (Frans Carlier, 1980)
DSC_0164.JPG