Homepage modder.jpg

Pastoor krijgt hulp

12 jan. 1911

Een nieuwe kerk aan de Sittarderweg

Op vrijdag 13 januari 1911 werd de nieuwe kerk aan de Sittarderweg ingezegend door de Heerlense pastoor-deken Brewers. Ze was bedoeld als hulpkerk voor de Pancratiusparochie. Vanuit het bijhorende klooster zouden de paters franciscanen zielzorg in de nabij gelegen kolonieën gaan verzorgen. De kerk werd genoemd naar de Heilige Martelaren van Gorcum. Dit waren 19 katholieke ggestelijken die in 1572 tijdens de Opstand van de Noordelijke Nederlanden om hun geloof werden vermoord. Sinds 1853 waren zij de patroonheiligen van de Nederlandse franciscaner orde.

Door de opkomst van de mijnindustrie in en rond Heerlen werd de behoefte aan arbeidskracht werd alsmaar groter. Van overal kwamen mannen, alleenstaand of met hun gezin, naar de jonge mijnstreek. Tussen 1900 en 1910 nam het inwoneraantal van de oostelijke Mijnstreek toe van 40.274 naar 55.034. Heerlen alleen groeide van 6.646 naar 11.021 inwoners.
De katholieke directeur-hoofdredacteur van de Heerlense krant De Nieuwe Limburger Koerier Th. Vianen schreef in 1907 een reeks artikelen over de woonomstandigheden van de mijnwerkers. Hij deed uit de doeken hoe het in de Heerlense buurten Beersdal, Grasbroek, Morgenster en Musschemig was gesteld. In deze mijnwerkerskoloniën vierde volgens Vianen zedeloosheid hoogtij. Er werd veel sterke drank gebruikt en de godsdienstige plichten werden nauwelijks vervuld. Bovendien woonde men met te veel mensen in een huis. Het ging daarbij niet alleen om grote gezinnen, maar ook om meerdere gezinnen die samen een huis bewoonden of families die kostgangers hadden. Aan de erbarmelijk omstandigheden waaronder de mijnwerkers leefden, moest een einde komen voordat de mijnstreek veranderde in een poel van verderf waar socialistische en anarchistische elementen de boventoon voerden.
Het katholieke karakter van de streek liep ernstig gevaar. De Limburgse bisschop Josephus Drehmanns vroeg het hoofd van de Nederlandse Minderbroedersprovincie, Vitalis Keenen, een klooster met hulpkerk in de directe omgeving van Heerlen te bouwen. Daar zouden de paters franciscanen de pastoor-deken en zijn kapelaans helpen met de zielzorg in de koloniën.
Pastoor-deken J.A. Brewers had al stuk grond gekocht. De ligging was ideaal: aan de Sittarderweg, dichtbij de woninggroepen Grasbroek, Musschemig en Beersdal en op een steenworp afstand van de Oranje Nassaumijn. Bovendien verwachtte men in deze buurt de eerste verdere uitbreiding van Heerlen.
In verband met de vele buitenlandse koloniebewoners werd er aan de Sittarderweg afwisselend in het Nederlands en in het Duits gepreekt. Vanuit het bijhorende klooster gingen de paters in de koloniën op huisbezoek. Voor zover bekend is niemand van hen een martelaar geworden.

In september 1983 verlieten de franciscanen het klooster. De kerk bleef tot 1995 in gebruik. In 2000 werd ze gesloopt. Het klooster werd omgebouwd tot een appartementencomplex.

(Met dank aan Rudi Jansen - Heerlentotaal.nl voor de afbeelding)