Homepage modder.jpg

Hüj begint d'r vasteloavendspjass

10 nov. 1948

Heerlens eerste 11de van d'r 11de

‘t’is ginne wedsjtrijd’ (het is geen wedstrijd). Dat was de kern van de ingezonden brief van een zekere C.D. uit Heerlen in het Limburgs Dagblad van 17 november 1948. In zijn ogen berichtte de journalist over de opening van het carnavalsseizoen in Kerkrade zodanig dat het leek als of het een competitie was tussen de diverse verenigingen. En ’t is nog ummer ginne wedsjtrijd, maar hier volgt toch een korte ‘rangschikking’.

In Venlo roept Jocus al sinds 1842 de ‘zotten’ op zich op deze dag voor het eerst sinds Aswoensdag te verzamelen. De Sittardse Marotte begonnen er in 1881 mee. De Kirchröatsjer Vasteloavends Verain Alaaf Kirchroa en de Roermondse Uule openen op die dag het seizoen sinds 1936. De Maastrichtse Tempeleers werden op deze dag in 1945 zelfs opgericht en maakten er in ieder geval twee jaar later al een groot feest van in hun stad. In dat jaar, 1947, zagen de Heerlense Winkbülle het vasteloavends levenslicht. Op de 15e november organiseerden zij een gekostumeerd bal. Van een georganiseerde 11de van de 11de was pas een jaar later sprake.
Overal waren deze ‘seizoenopeningen’ lange tijd feesten die gehouden werden in cafézalen en theaters. Vaste onderdelen waren het aftreden van Prins Carnaval, humoristische toespraken van de voormannen van de carnavalsvereniging, buutereedners, grappige typetjes (cabaret) en natuurlijk muziek en dans.

Recentelijk is de opening van het carnavalsseizoen een buitenfeest geworden met alleen muziek. Kwam het door het succes van de Boeëtegeweune Boeëtezitting dat de ‘vasteloavesgekke’ ook de 11de van d’r 11de de straat op gingen? Waar en wanner dat voor het eerst gebeurde kon ik niet achterhalen. Wel dat dit feest op het Maastrichtse Onze Lieve Vrouweplein in 1999 werd uitgezonden door TV Gazet en TV Totaal. Het fenomeen ‘buiten vieren’ van de 11de van d’r 11de bestond dus waarschijnlijk al een aantal jaren, in ieder geval in de provinciehoofdstad. Heerlen volgde het Maastrichtse voorbeeld in 2006 met de aftrap voor het nieuwe carnavalsseizoen vanaf het Pancratiusplein. Zij lieten het feest echter al eerder beginnen. Het is voor Heerlense carnavalisten een extra Oudjaarsavond geworden en heet dan ook ‘Aod op Nuj’. Gezamenlijk wachten zij dansend en drinkend op hun jaarwisseling. Er wordt afgeteld tot 12 uur en daarna is het aftellen tot aan Vasteloavend. Enkele jaren geleden verhuisde ‘Aod op Nuj’ naar het Van Grunsvenplein voor het Parkstad Limburg Theater.

Hier volgt het verslag van de allereerste Sjpassemiger (Heerlense) 11de van de 11de in 1948 zoals dat de dag erna in het Limburgs Dagblad stond.
‘Heerlen heeft de elfde van de elfde gevierd, zoals Heerlen de elfde van de elfde nog nooit heeft gevierd. En het mag wel betwijfeld worden of de mijnstad ooit de reprise van dit dolkomisch schouwspel zal beleven. Redevoering en klaterden over een elite gezelschap van dwazen dat zich de moeite had getroost om naar Schiffers in de Saroleastraat te komen op deze dag der dwazen. Dwaas was Nölke Zeever, die vanuit ,,de kist” zijn collega’s in de zotheid vertelde van zijn vreemde belevenissen op het land. Meer dan dwaas was Trutje Trampel met haar onwaarschijnlijke schoolbelevenissen. Everaartje Jansen probeerde met verheffing van de stem te verkondigen dat hij het zo goed getroffen had in het huwelijksleven. Hij slaagde er in zoverre in dat hij de lachers op zijn hand kreeg en dat was in deze dolkomische zitting van de Heerlense Winkbülle het voornaamste. De aanwezigen zongen van ,,Heerle mie stad” en de serieuze mijnstad lachte uit volle borst met dr. Pirriwitz’s grollen en de bevattelijke humor van de Koëb va Heerle. De Winkbülle bezorgde een lustige kern van Heerlen een genoegelijke avond en gaven ons reeds een voorsmaak van de gebeurtenissen die komen gaan. Enige leden van de fanfare ,,St. Joseph” zorgden voor een passende muzikale omlijsting.’

In 1949 vierden de Winkbülle de 11de van d’r 11de overigens al op 14 oktober. Niet in een feestzaal, maar in de manege van de voorzitter van de carnavalsvereniging, de heer Polak. Het publiek bestond echter alleen uit mensen van de filmploeg die van de Winkbülle-zitting een opname maakten, als onderdeel van een film over Limburgse gebruiken. Die film was een opdracht van Limburgs Thuisfront en bestemd voor de militairen in Nederlands-Indië. Uiteraard was er een maand later wel een ‘echte’ versie van de seizoenopening.

Alaaf!

Marcel J.M. Put