Homepage modder.jpg

Een verdwenen eerbetoon

20 apr. 1897

Dokter Frans de Wever

Onze gezondheidszorg. Wat hebben we daar met zijn allen de afgelopen tijd veel gebruik van gemaakt. Zo veel dat het systeem kraakte, maar gelukkig niet bezweek. Vooral door de tomeloze en voortdurende inzet van het (uitvoerende) personeel. De corona-pandemie maakte weer eens duidelijk dat de kwaliteit van zorg vooral wordt gedragen door bevlogen en kundige mensen en hun (werk)houding ten opzichte van degene die hulp nodig hebben. Het is deze week precies 125 jaar geleden dat er in Heerlen een medicus arriveerde met deze eigenschappen. Het was dokter Frans de Wever.

De Wever was geboren in Nuth. Hij was een van de zonen van de plaatselijke apotheker. Op 27 maart 1897 slaagde hij voor zijn artsexamen aan de Universiteit van Amsterdam. (1) Twee weken later hield hij al praktijk in Heerlen in Hotel Cloot. (2) In tegenstelling tot wat er geschreven staat in het boek ‘Mijn ziekenhuis. 100 jaar ziekenhuiszorg in Parkstad Limburg’ kwam De Wever niet als vervanger van Karel Wenckebach, die naar Utrecht vertrok en later een van de grondleggers van de moderne cardiologie zou worden. Wenckebachs vervanger was dokter C. van Dillen. Binnen het jaar toonde de uit Eersel gekomen Van Dillen echter meer belangstelling voor het sanatorium. Nadat de nieuwbouw van het hersteloord gereed was, werd hij daar hoofdarts. Hij bleef ook aan als huisarts met praktijk in het sanatorium. (3)
Er was bovendien meer dan genoeg werk voor twee artsen in de wordende mijnstreek. De Wever was naast huisarts ook gemeente-arts van Heerlen en diverse andere Mijnstreek gemeenten (4), mijnarts en vanaf 1904 ziekenhuisarts.

Door het grote aantal ernstige ongelukken op de net geopende mijn Oranje Nassau I was De Wever vaker genoodzaakt op tafels die toevallig in de buurt waren te opereren en/of patiënten met paard en wagen over hobbelige wegen naar het Maastrichtse Calvariënberg te laten brengen. Dit was het enige ziekenhuis in de buurt. De Wever sprak hierover met de Heerlense priester Peter Jozef Savelberg. Hij was oprichter en leider van twee congregaties die zich richten op jeugdzorg, kinderopvoeding, onderwijs aan wezen en verzorging van bejaarden. Konden de ordes niet ook een ziekenhuis bemensen vroeg De Wever hem? Savelberg weigerde, aangezien ziekenzorg niet onder de taken viel, die zijn broeders en zusters van de Heilige Joseph op zich hadden genomen. Toen De Wever hem voorhield dat dan de mijnen waarschijnlijk een neutraal, d.w.z. niet-katholiek, ziekenhuis zouden stichten, veranderde Savelberg van mening. (5) Op 9 september zegende de Heerlense priester het kleine ziekenhuisje, dat een mannen- en een vrouwenzaal had met ieder tien bedden. Heerlen en dokter De Wever hadden hun eigen ziekenhuis.
De Wever werkte zich een slag in de rondte. In 1902 had hij als eerste in Heerlen een auto aangeschaft en die had hij gezien zijn werkgebied ook hard nodig. Op zaterdag kreeg hij in het ziekenhuis ondersteuning van dokter Eduard Hustinx, een jonge chirurg, die operaties uitvoerde die voor De Wever (alleen) te lastig waren. Hustinx kwam op de fiets uit Maastricht, waar hij zijn eigen kliniek had. In 1909 ging hij in Heerlen wonen.

Als huisarts was De Wever natuurlijk van alle markten thuis. Daarnaast had hij ook zijn specialismen. Op het gebied van verloskunde was hij een autoriteit. Door zijn interesse in de wetenschappelijke en technische ontwikkeling van zijn vak kreeg hij grote belangstelling voor de röntgentechnologie. Toen omstreeks 1910 een röntgenapparaat werd gekocht droeg hij zelf 2.500 gulden bij (anno 2020 ruim 30.000 euro). (6) Zijn passie voor dit onderdeel van zijn vak betekende in 1940 ook zijn dood. Op 9 september 1940 stierf Frans de Wever aan kanker, gekregen van de vele straling waaraan hij tijdens zijn werk bloot stond. Hij werd 71 jaar.

Op de zeer drukbezochte begrafenis verzorgde zijn collega en vriend dokter Eduard Hustinx de lijkrede. Daarin sprak hij over de indrukwekkende staat van dienst van De Wever, over de moeilijkheden die hij steeds maar moest overwinnen in de zich ontwikkelende mijnstreek en over zijn ongeduld, behalve bij zijn patiënten. (7) De dag na De Wevers dood schreef het Limburgs Dagblad: ‘Een goed mensch: zijn weldadigheid, die schuil ging onder den breeden mantel der menschenliefde, was spreekwoordelijk. De armen die lijdend tot hem kwamen, waren hem even lief als de rijken en zijn zorg voor beiden was gelijk. Steeds hielp hij waar hij helpen kon; belangeloos zonder eenig ophef en zonder eenige aanspraak op en materiële vergoeding, die hem volmaakt onverschillig liet. (…) En zoo zal in de illustere rij der medische verzorgers van Heerlen (…) steeds de naam van dr. de Wever blijven voortleven in dankbare herinnering van het huidige geslacht en ten voorbeeld aan de komende generaties.' (8)

Tussen 1968 en 1992 werd die herinnering gestand gedaan doordat het (nieuwe) Heerlense ziekenhuis niet langer naar Sint Jozef was vernoemd, maar naar een van haar stichters, het De Wever-ziekenhuis. Door fusies en veranderende tijden ging dit eerbetoon verloren.(9) Wat rest is de herinnering, de gepubliceerde verhalen en foto’s en een buste in de noordoostelijke hoek van de grote hal van het Zuyderland ziekenhuis, locatie Heerlen.

Noten:
1. Limburger Koerier (LK), 29 maart 1897.
2. LK 13 april 1897.
3. Dagblad van Maastricht, 14 april 1896; Dillen komt uit Eersel en niet uit Beesel, bron: De Peel- en Kempenbode, 8 april 1896; De Telegraaf 15 september 1897; LK 30 april 1898
4. Dit betekende dat hij door de gemeenten betaald werd om mensen te helpen die medische zorg niet konden betalen.
5. Wolf, Rob, Mijn Ziekenhuis. 100 jaar ziekenzorg in Parkstad Limburg (Heerlen 2004) 20.
6. Ibidem, 25; voor berekening zie: https://iisg.amsterdam/nl/onderzoek/projecten/hpw/calculate.php
7. Limburgs Dagblad (LD), 13 september 1940
8.LD, 10 september 1940
9. https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Wever-Ziekenhuis (geraadpleegd op 18 april 2022)

Bron foto: Rijckheyt