Homepage modder.jpg

Kneus, commissaris en kaper

29 dec. 1964

De kortst zittende burgemeester van Heerlen

Sinds 1805 heeft de gemeente Heerlen 24 burgemeesters gehad. Roel Wever is de 25e Heerlense burgervader sinds die tijd. Een burgemeester bleef dus gemiddeld net geen 9 jaar in dit ambt. De langstzittende Heerlense burgemeester was Marcel van Grunsven, van 1926 tot 1962. De kortste termijn is slechts 2 jaar. Er zijn vier burgemeesters die zo kort burgervader van Heerlen waren. Van die vier overleden er drie vroegtijdig: Albert Schultze (1828), Leonard Leopold Stassen (1855) en Mathias Jozef Antoon Pluijmaekers (1869). De vierde verliet Heerlen voor ‘groenere weiden’. Hij trad al na twee jaar terug. Het betrof de geboren Rotterdammer Charles van Rooy. Hij volgde in 1962 Heerlens langst zittende burgemeester Marcel van Grunsven op na een volledig mislukt ministerschap op Sociale Zaken, een post die hij te danken had aan zijn vriendschap met minister-president en partijgenoot De Quay van de Katholieke Volks Partij (KVP).
Dit laatste roept de vraag op of de functie in Heerlen ook het gevolg was van het katholieke politieke netwerk. Waarschijnlijk wel, en dat Van Rooy in Heerlen geen blijvertje zou zijn, was bij zijn benoeming vermoedelijk ook al duidelijk. Heerlen was voor Van Rooy bedoeld als tussenpost. Van Rooy was voor zijn ministerschap namelijk burgemeester van Eindhoven. Naar Heerlen gaan betekende in die zin een stap naar beneden op de burgemeestersladder. Bovendien was voor de politieke top van het land waarschijnlijk al duidelijk dat de mijnstad Heerlen in de jaren zestig in zwaar weer zou komen. Niet echt een klus voor een net afgetreden en beschadigde minister. Maar wel vreemd, omdat de gemeente dan net behoefte zou hebben aan een bekwaam leider. De KVP dacht daar blijkbaar anders over en liet de stad en zijn burgers, die Nederland tijdens de Wederopbouw van brandstof had voorzien, besturen door iemand die daar eigenlijk niet wilde zijn.
De gouverneur van Limburg, Frans Houben, zou in 1964 met pensioen gaan. Vermoedelijk was het om die functie te doen, want op 30 december 1963 bekrachtigde De Rooy zijn eigen vertrek uit Heerlen en verruilde de Mijnstreek voor Maastricht. Daar bleef hij tot 1977 en zorgde hij er mede voor dat, zoals Nic. Tummers het zo beeldend verwoordde: ‘Nadat Heerlen was gebombardeerd (de mijnsluitingen, MP), werd Maastricht opgebouwd.