Homepage modder.jpg

Ing kieër Prins te zieë

2 mrt. 2022

Roger (Quanjel) d'r Ieërste

Foto: De artiesten Theo en Marjan in gesprek met drie leden van de jeugdraad van elf en prins Roger I. De jongens van links naar rechts: Louk Bour, Alfons Sistermans, (prins) Roger Quanjel en Geert ???


Het is een select gezelschap. Een van de weinige mannenclubs waarover (nog) niemand moeilijk doet. In Heerlen telt de ‘hoofdmacht’ anno 2022 waarschijnlijk zo’n 60 leden. Het tweede team is ongeveer even groot. En dan zijn er naar schatting nog zo’n ruim duizend sub-leden. Ik heb het over de prinsen en oud-prinsen van de Sjapssemiger vasteloavend Stadsprinsen, de jeugdprinsen en de wijk-, bedrijfs- en verenigingsprinsen. Voor velen is het moeilijk voor te stellen maar er zijn Heerlense gezinnen waarvan de zonen, indien gevraagd naar wat ze willen worden, onmiddellijk zullen antwoorden: prins carnaval. Geloof me, ik kan het weten. Ing kieër Prins te zieë …*

Vermoedelijk was Roger Quanjel ook zo’n jongen. Telg uit een bekende Heerlense ondernemersfamilie, Quanjel, delicatessen en patisserie in de voormalige Emmastraat, was hij een gedoodverfde kandidaat. In de bakkerij van vader hing in februari en maart voortdurend een geur van vasteloavend, de poefelen, waarvan hij als kind maar moeilijk kon afblijven. De optocht zag Roger als menneke vanuit de woonkamer, waarbij de stadsprins voor hem op ooghoogte voorbijkwam. En als je dan ook nog in een carnavalsgekke familie bent geboren, is je lot bezegeld: je wordt ooit prins. Roger hoefde niet lang te wachten. In 1973, op de dag van zijn dertiende verjaardag, werd hij in een bomvolle foyer van de stadsschouwburg gepresenteerd aan zijn Heerlense onderdanen voor een jaar, de Winkbüllkes en Winkbüllinekes en hun volwassen begeleiders. Hij kwam vanachter het podium op met een doek over zijn hoofd, zodat de spanning bij het publiek (en hemzelf) nog wat werd opgevoerd. Toen hij eindelijk zijn gezicht kon laten zien en werd uitgeroepen tot Roger I, klonk er een oorverdovend ‘Lang zal hij leven’. Wat een entree! Wat volgden waren weken van bezoeken aan met name scholen, meestal met de ‘grote’ stadsprins Harry II (Kremers, van de Heksenberg). Roger genoot ervan, net als van de gezamenlijke maaltijden van de Winkbülle ter afsluiting van zo’n dag. Oud en jong zat dan gezellig bij elkaar te smullen en te praten in een restaurant of in de zaak van zijn ouders.
Na de presentatie was het hoogtepunt van het regentschap van een jeugdprins in die tijd de kinderoptocht. Net als in de grote optocht was de prinsenwagen de laatste van de bonte stoet. De jeugdprins strooide naar hartenlust met snoep en fruit. Voor Roger I, of Rogier I zoals hij in de krant steevast fout werd genoemd, bleef het daar echter niet bij.
In de jaren zeventig zag men in Hilversum en in de platen bussiness de mogelijkheden die de verkoop van carnavalsmuziek met zich meebracht. Om de ‘Hollenger’ warm te maken voor dit feest, en dus voor de muziek die ‘angere Hollenger’, maakten, werden er een aantal charmeoffensieven ondernomen. Eén daarvan was Limburgse kinderen laten vertellen wat carnaval was. Op zaterdag 3 maart reed een bus vol Heerlense Winkbülle al vroeg richting Hilversum. Hetzelfde deden 40 leerlingen van de Roermondse Sint Theresia school. In de radiostudio moest Roger I in het TROS-programma Tien-Om uitleggen wat carnaval was. Totaal onvoorbereid op deze taak kon de zenuwachtige Heerlense jeugdvorst weinig uitleg geven, aan iets dat sowieso moeilijk uit te leggen is. Anno 2022 zou er waarschijnlijk een kleine mediatraining aan vooraf zijn gegaan. Niets van dit alles voor Roger I, die zich dan ook weinig van de dag herinnert. Te meer omdat hij het knipsel- en fotoboek dat zijn moeder van zijn regeerperiode maakte niet meer in zijn bezit is.

Roger Quanjel was niet de eerste jeugdprins van de Winkbülle. Dat was Paul I, die in 1954 over de jònkheed van de Sjpassemig regeerde. Hij wordt op de website van H.V.V. de Winkbülle helaas niet met achternaam genoemd en in de digitaal beschikbare kranten was niets over hem te vinden.
Ik besluit daarom met een oproep. Niet alleen Roger Quanjel mist een groot deel van zijn prinsenverleden. Kijkend naar de website van de Winkbülle ontbreekt daar ook een en ander. Niet alleen aan foto’s, maar ook aan overzichten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen lijst gevonden van de Heerlense carnavalsschagers. Zo’n lijst is waarschijnlijk wel samen te stellen, maar daarvoor moeten er dan wel gegevens door particulieren geleverd worden of moeten een paar mensen met goede geheugens bij elkaar gaan zitten. In de digitale bronnen is veel van het oudere werk niet te vinden of te herleiden.

Dus heeft u materiaal over de Vasteloavend i Sjpassemig, stuur een mail naar info@ouweleem.nl Dan gaan we de Heerlense carnavalsgeschiedenis eens op orde brengen. Nu kan het nog, leven er genoeg mensen die spullen hebben en herinneringen. De Winkbülle zelf hebben het te druk met vieren en regelen, niet alleen nu, maar heel het jaar. Ik ben persoonlijk zeer geïnteresseerd in foto’s van de carnavalswagens van C.V. de Paljassen. In de jaren vijftig, zestig en zeventig vielen zij vaak in de prijzen. Ik kom uit een Paljassen familie. En ja, ook ik ben prins geweest. Ing kieër Prins te zieë … Een decennium in de Randstad, ing Hollesje (sorry sjat, Broabesje) vrouw en ABN als ‘huistaal’ hebben het vasteloavesvirus in ons gezin gelukkig niet gedood. ‘De sjpass aa de Freud’ is er en elk jaar is Huize Ouwe Leem weer het trefpunt van de jonge generatie (behalve vorig en dit jaar) Om tot de carnavalsadel te worden gerekend staat echter niet op de ‘bucket list’ van onze kinderen. Doa woar alling d’r pap gek genòg vuur.

Sjik mig alles wat ier va d’r vasteloavend i Heële hat,
en bel mig d’ruuver plat.
Loate vier beginne mit dinger va de Winkbülle en d'r optog.
die angere komme dan later nog.

Alaaf!
en
Blieëf grave!